Introductie:

Barnett Newman was een Amerikaanse schilder en beeldhouwer. Hij wordt gezien als één van de leidende figuren in de Abstractie en één van de belangrijkste ColourField-schilders. Bijna zijn hele leven werd Barnett Newman als kunstenaar niet gewaardeerd. Hij heeft altijd in de schaduw gestaan van meer kleurrijke figuren in die tijd zoals Jackson Pollock en Willem de Kooning. Invloedrijke critici schreven enthousiast over Barnett Newman, maar het duurde nog tot het eind van zijn leven voordat hij meer serieus genomen werd. Toch was hij een belangrijke invloedfactor voor veel jongere schilders.


Barnett Newman, Euclidian Abyss, 1946 – 1947. Het eerste Newman schilderij dat verkocht werd.


Biografie:

Barnett Newman werd geboren in 1905 in New York US als zoon van een Joodse emigrant uit Rusland. In 1919 ging hij naar de middelbare school in Manhattan. Hij nam de tweede naam Benedict aan, naar zijn Hebreeuwse naam Baruch. Hij zou zijn extra initiaal B. (B.B. Newman) gebruiken om zijn kunstwerken in midden jaren veertig te signeren en om officiële documenten te ondertekenen gedurende zijn hele leven.

In 1922 nam Barnett Newman met Duncan Smith zes dagen per week tekenlessen aan de Art Students League. Zijn tekening van de Belvedère torso werd gekozen voor een expositie van het beste studentenwerk. Hier raakt hij bevriend met Adolph Gottlieb, met wie hij regelmatig het Metropolitan museum of Art bezocht.

Barnett Newman studeerde van 1923 – 1930 filosofie aan het City College en nam verder modeltekenlessen aan de Art Students League, waar hij de kunstenaar William von Schlegel leerde kennen.

In 1927 ging Barnett Newman in het bedrijf van zijn vader werken om zichzelf als artiest te bedruipen. Toen het steeds slechter ging met het bedrijf in 1931 werd Barnett Newman vervangend kunstdocent aan een middelbare school (hij zakte voor zijn leraren-examen). In deze tijd leerde hij door Gottlieb Milton Avery kennen. Ook Mark Rothko, Clyfford Still en Jackson Pollock leerde hij in de dertiger jaren kennen. Gottlieb Milton Avery en Barnett  Newman delen enkele jaren een studio.

In 1932 kreeg Barnett Newman een ‘vaste’ baan als vervangend docent aan de Grover Cleveland High School in Ridgewood, Queens. Hij stelde zichzelf, samen met zijn vriend Alexander Borodulin, op het laatse moment kandidaat voor burgemeester van New York City, met hun manifest ‘On the Need for Political Action by Men of Culture’. Een manifest waarin het zwaartepunt ligt op meer uitgebreid onderwijs, een grotere nadruk op kunst en kunstnijverheid en het bevorderen van het culturele leven. In de 30er jaren zag Barnett Newman zichzelf als toegewijd anarchist.

In 1935 trad Barnett Newman op als manager voor de Theater Troupe, waarvoor Borodulin de tekstschrijver was. In 1936 publiceerde hij The Answer – America’s Civil Service Magazine, wat na de eerste uitgave stopte. Hij trouwde met Annalee Greenhouse, een steno lerares.

Nadat hij in 1938 weer gezakt was voor het kunstdocent examen, organiseerde Barnett Newman Can We Draw? The Board of Examiners Says-No!, een expositie van zijn eigen werk en dat van anderen, afgewezen door het bestuur.

In 1940 gaf hij zijn vervangende docenten baan op voor een parttime baan als docent zijdedrukkunst en batik voor volwassenen. Hij bracht zijn vrije tijd door in de botanische tuinen van Brooklyn en in het American Museum of Natural History. In de zomer van 1941 volgde hij samen met zijn vrouw lessen ornithologie aan de Cornell universiteit. In 1942 werd Newman afgekeurd voor de militaire dienst op lichamelijke gronden.

In 1943 leerde Barnett Newman Betty Parsons kennen, die een kleine Galerie runt in de Wakefield Bookshop in New York. Ze gaan nauw samenwerken. Newman leidt het protest tegen de conservatieve jury voor een expositie in het Metropolitan Museum of Art. Met zijn vrienden Adolph Gottlieb, Mark Rothko en Milton Avery, zet hij een tegen-expositie op.

Vanaf 1943 publiceerde Barnett Newman met Mark Rothko en Adolph Gottlieb enkele kunstmanifesten waarin de drie schilders pleitten voor een universele abstracte kunst doordrenkt met de dramatiek die ook in het leven zelf aanwezig is. Newmann sloot zich in diezelfde jaren ook aan bij de kunstenaarsgroep de ‘New York School’, geïnitieerd door Robert Motherwell.

Tussen 1940 en 1944 vernietigde Barnett Newman al zijn oude werk. Hij organiseerde in 1944 de expositie Pre-Columbian Stone Sculpture in de Wakefield Galerie. Ook voltooide hij een aantal schilderijen en aquarellen, zijn eerste werken die hij niet vernietigde. In 1945 schilderde hij zijn eerste bekende werk op canvas. In de daaropvolgende jaren blijft hij schilderen en tekenen, maar schrijft ook kunstkritieken. Hij  schilderde abstracte, meestal grote doeken. In deze jaren maakte hij zijn eerste surrealistische werken die later naar zijn eigen zeggen steeds volwassener werden. Dit werd gekarakteriseerd door grote vlakken van kleur gescheiden door verticale lijnen, Newman noemde deze lijnen ‘zips’. In zijn eerste werken met deze ‘zips’ waren de kleuren geschakeerd, maar later werden de kleuren puur en egaal.

In 1946 opende Betty Parsons haar eigen galerie in New York US en Barnett Newman organiseerde de eerste expositie, Northwest Coast Indian Painting. Barnett Newman en zijn vrienden Mark Rothko en Clyfford Still werden de kunstenaars van de galerie. Een jaar later kwam Jackson Pollock erbij.

In 1947 organiseerde Barnett Newman The Ideographic Picture in de Betty Parsons Gallery, waaronder werk van Rothko, Still en hemzelf. Het eerste Newman schilderij dat verkocht wordt is Euclidian Abyss (1946-47).Samen met de kunstenaars William Baziotes, David Hare, Robert Motherwell en Mark Rothko richtte Newman in 1948 de kunstschool Subjects of the Artists op.

In 1948 schilderde hij Onement I, dat hij als een grote doorbraak beschouwde. In 1947/48 publiceerde hij artikelen in een tijdschrift, waaronder zijn essays ‘The first man was an artist en The sublime is Now’. In The Sublime is Now betoogde hij voor een nieuwe vorm van kunst, vrij van het gewicht van de Europese traditie.

In 1949 maakte Barnett Newman 17 schilderijen, meer dan hij ooit zou voltooien in één jaar. In 1950 heeft hij zijn eerste solo-expositie in de Betty Parsons Gallery, die een voornamelijk negatieve respons krijgt. Er wordt slechts één schilderij verkocht.

Zijn tweede expositie in de Betty Parsons Gallery in 1951 werd gearrangeerd door Lee Krasner, Jackson Pollock en Tony Smith. Onder de werken is Newman’s eerste 5,5 m lange schilderij, Vir Heroicus Sublimis. De expositie werd veroordeeld door de critici en er werden geen schilderijen verkocht.

In april 1952 werd Newman uitgesloten van de expositie Fifteen Americans, in het Museum of Modern Art, waaraan onder andere Pollock, Rothko en Still meedoen. Newman is hierdoor enorm gekwetst. In de catalogus van de expositie schrijft Still: “To my friend Barnett Newman who, also, should have been represented in this exhibition”.

In 1955, op zijn vijftigste jaar, heeft Newman nog maar enkele schilderijen verkocht, waarvan slechts één niet aan een persoonlijke vriend. Newman maakt een zeer groot schilderij, Uriel en stopt dan twee jaar met schilderen.  In zijn essay American-Type Painting, prees Clement Greenberg Newman’s kunst als ‘diep’ en  ‘eerlijk’, maar hij portretteerde Barnett Newman ook als volger van Still en nauw verbonden met Rothko. In december werd Horizon Light geëxposeerd tijdens de expositie voor de tiende verjaardag van de Betty Parsons Gallery’s. Het was de eerste keer sinds 1951, dat Newman’s werk getoond werd.

In 1956-57 maakte Barnett Newman geen schilderijen. Hij verkocht in het volgende jaar twee schilderijen aan de verzamelaar Ben Heller, die op Jackson Pollock’s advies, een jaar eerder, het atelier van Barnett Newman had bezocht. In 1957 krijgt Barnett Newman een hartaanval en ligt zes weken in het ziekenhuis. In 1958, terwijl hij langzaam herstelde, voltooide hij drie schilderijen.

Ben Heller nodigde Alfred Barr en Dorothy Miller van het Museum of Modern Art (MoMA) uit om Barnett Newman’s studio te bezoeken, wat resulteerde in de expositie van vier van zijn schilderijen Abraham, Concord, Horizon Light en Adam, op de reizende tentoonstelling The New American Painting van het MoMa. De expositie debuteerde in de Kunsthalle Basel SE en reisde naar Milaan, Madrid, Berlijn, Amsterdam, Brussel, Parijs en Londen, voor de opening in New York US het jaar daarop. In 1958 had Barnett Newman ook zijn eerste retrospectieve tentoonstelling in Bennington College in Vermont, met een catalogus essay door Clement Greenberg.

Barnett Newman nam deel aan Documenta 1 en 4 in Kassel DE in 1959 en 1968.

In 1959 kochten verschillende musea zijn schilderijen. De tentoonstelling ‘Barnett Newman: A Selection 1946-1952’, kreeg voornamelijk negatieve kritieken, maar trok de belangstelling van de jongere generatie kunstenaars van New York. Barnett Newman kreeg wel in 1959 een leerstoel aan de University of Saskatchewan, Saskatoon in Canada.

In 1960 voltooide Barnett Newman zijn derde en vierde schilderij, waarbij hij gebruik maakte van zwarte verf op ongeprepareerd canvas. Hij begon aan de serie te denken als de Stations of the Cross. Hij blijft af en aan, in de komende zes jaar, aan de Stations werken.

Op 23 oktober 1962 vond de expositie ‘Newman-De Kooning’ een tentoonstelling van ‘Two Founding Fathers’, plaats in de Allan Stone Gallery. De schilderijen van De Kooning en Barnett Newman werden naast elkaar gehangen in galeries ontworpen door Tony Smith. De kritieken over Newman slaan om in gunstige zin. Thomas Hess, die Barnett Newman in 1951 afdeed als briljant theoreticus, noemde hem nu een van de meest opmerkelijke levende kunstenaar van vandaag.

In 1962-1964 heeft Barnett Newman een leerstoel aan de University of Pennsylvania, Philadelphia. In 1963 droeg hij bij aan de expositie Recent American Synagogue Architecture in het Jewish Museum in New York en in 1964 reisden de Newman’s voor het eerst naar Europa, waarbij ze Engeland, Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. Annalee stopte met lesgeven.

In 1965 representeerde Barnett Newman, samen met zes jongere kunstenaars, waaronder Donald Judd en Frank Stella, de Verenigde Staten op Biënnale van São Paulo. Na de opening verbleven de Newman’s een maand in Brazilië.

In 1966 opende The Stations of the Cross in het Guggenheim Museum in New York US. Het is Barnett Newman’s eerste solo-expositie in een museum, en ondanks dat de ontvangst gemengd is, krijgt hij wijde erkenning. In dit jaar maakte Newman ook zijn eerste schilderij in de primaire kleuren rood, geel en blauw.

In 1967 ging hij door met zijn Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue schilderijen, waarbij hij één in acryl voltooide. Hij maakte verscheidene hoge verticale schilderijen, waarvan de grootste Voice of Fire was, die werd tentoongesteld in het paviljoen van de VS op de Montreal expo in ’67. Ook maakte hij in deze tijd zijn versies van zijn monumentale stalen beeldhouwwerk Broken Obelisk, die geïnstalleerd werden voor het Seagram Building in New York en in Washington D.C. In december bezochten de Newmans Dublin, waar zijn recent voltooide schilderijen Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue II; Queen of the Night II; en Now II, tentoongesteld werden. Ze reisden voor de tweede keer naar Europa en bezochten Amsterdam NL, Eindhoven NL en nogmaals, Londen GB, Basel CE en Parijs FR.

In 1968 voltooide Newman zijn grootste schilderij, Anna’s Light, zo genoemd ter ere van zijn moeder, die in 1965 stierf. Ook maakte het beeldhouwwerk Lace Curtain voor burgemeester Daley uit protest tegen politiegeweld tegen anti-Vietnam oorlog demonstranten.

In 1969 opende zijn eerste solotentoonstelling sinds tien jaar in een galerie in New York. Er werd veel over de expositie geschreven en over het algemeen geprezen.

In 1970 stierf Barnett Newman aan een hartaanval in New York, op 4 juli, op vijfenzestigjarige leeftijd.


Barnett Newman, Onement 1, 1948. Voorbeeld van de zogenoemde “zip” ,  Museum of Modern Art , New York


Beschrijving werk:

De meeste werken van Barnett Newman zijn abstract te noemen en veel van hen waren van origine naamloos. De werken die hij later nog een naam gaf, hadden vaak een Joods thema. Voorbeelden hiervan zijn de werken ‘Adam and Eve’, ‘Uriel’, en ‘Abraham’. Abraham was overigens de naam van zijn vader. De Kabbalah, mythologie en de vroege Amerikaanse culturen waren zijn inspiratiebronnen.

Barnett Newmans latere werken, bijvoorbeeld de serie Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue bestaan uit pure kleuren, vaak op zeer grote doeken. Kenmerkend is het radicaal reduceren van de vorm, waardoor grote egale kleurvlakken ontstaan. Dit mag ook een van zijn bekendste werken genoemd worden. De latere werken werden geschilderd met acrylverf in plaats van olieverf.

‘Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue IV’ werd op 13 april 1982 in de Nationalgalerie van Berlijn met een plastic stang bewerkt. ‘Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III’ in het Stedelijk Museum Amsterdam werd op 21 maart 1986 met een stanleymes bewerkt. De omstreden restauratie ervan zorgde voor een controverse. ‘Cathedra’ onderging op 21 november 1997 hetzelfde lot.


Barnett Newman, Vir Heroicus Sublimis, 1950-51, olie op canvas, 242.2 x 541.7 cm. Museum voor Modern Art (MoMA) New York US.


Naam: Barnett Newman, geboren  Baruch Newman.
Geboren: New York US, 29.01.1905.

Overleden:  New York US, 04.07.1970.
Nationaliteit: Amerikaanse.
Woon / werkplaatsen:

  • 1905 – ????, New York City US.
  • ???? –  1970,New York City US.

Kunstopleiding:

  • 1919 – ????, Middelbare school Manhattan New York US.
  • 1922 – ????, Art Students League, tekenlessen en vanaf 1923 modeltekenen.
  • 1923 – 1930, Filosofie aan het City College.

Toelagen / residenties:
Actieve periode:
Docentschappen:

  • 1931- ????, Vervangend kunstdocent aan een middelbare school.
  • 1932 – ????, Vervangend docent, Grover Cleveland High School, Ridgewood US.
  • 1940 – ????, Zijdedrukkunst en batik voor volwassenen.
  • 1948 – ????, Oprichting kunstschool Subjects of the Artists.
  • 1959 – ????, Leerstoel University of Saskatchewan, Saskatoon Canada.
  • 1962 – 1964, Leerstoel University of Pennsylvania US.

Vertegenwoordiging: The Barnett Newman Foundation.
Contactpersoon:
Adres: 654 Madison Avenue, Suite 1900, New York, NY 10021
Telefoon: +1 212 317-0503.
Email: foundation@barnettnewman.org.
Website: www.barnettnewman.org.

LinkedIn:
Facebook:
YouTube: www.youtube.com.
ArtTube: www.arttube.nl/nl/video/Stedelijk/Barnett_Newman.
Vimeo:


Barnett Newman, Broken Obelisk, Rothko Chapel.


Kunstvormen: Schilderijen, Sculpturen.
Kunstperioden: Modernisme.
Kunststromingen:

Technieken: 
Bekendste werken:
Projecten:

  • 1967, Broken Obelisk geïnstalleerd voor het Seagram Building in New York en in Washington, D.C.

Kunstgroepen:

Kunstrelaties:

  • William Baziotes.
  • Helen Frankenthaler | US 1928 –  2011 US | Schilderijen | Modern | Lyrisme, Colorfield Painting.
  • David Hare.
  • Robert Motherwell| US 1915 – 1991 US | Schilderijen | Modern | Abstract Expressionisme.
  • William von Schlegel.
  • Gottlieb Milton Avery.
  • Adolph Gottlieb.
  • Mark Rothko | US 1905 – 1970 US | Schilderijen, Sculpturen | Modernisme | Abstract Expressionisme, Colourfield Painting.
  • Clyfford Still.
  • Jackson Pollock | US 1912 – 1956 US | Schilderijen | Modern | Action painting.

Museumcollecties:

Overheidscollecties:
Private collecties:
Galeriecollecties:


Museumexposities:
Galerie exposities:

  • 1950, Betty Parsons Gallery.
  • 1951, Betty Parsons Gallery.
  • 1958, Retrospectieve tentoonstelling, Bennington College, Vermont.
  • 1959, Barnett Newman: A Selection 1946-1952.
  • 1962, Expositie Newman-De Kooning ‘Two Founding Fathers’, Allan Stone Gallery
  • 1969, Solo-expositie galerie in New York US.

Overige exposities:


Eigen publicaties:

  • 1932, Manifest “On the Need for Political Action by Men of Culture”.
  • 1936, The Answer – America’s Civil Service Magazine.
  • 1948, essays The first man was an artist en The sublime is Now.

Catalogi:
Boeken:
Artikelen:

  • 2002, Tate Magazine, American Sublime, article by Carter Ratcliff.
    2001, The London Evening Standard, “Art for nincompoops”, by Brian Sewell.
    2001, The New Yorker, “Barnett Newman retrospective at the Philadelphia Museum of Art”, Peter Schjeldahl.
    1952, Artnet Magazine, Ulysses.
    1950, ARTnews The Wild.
    ????,,Tate Magazine, Robert Ryman on Barnett Newman.
    1971, Time Magazine, “Pursuit of the Sublime”, Robert Hughes.
    ????, The Guardian Newspaper, UK “Read between the lines”,  Adrian Searle.
    1947/48, In tijdschrift ? Onder meer  essays The first man was an artist” en The sublime is Now”

Radio / televisie:

Video / films:
Websites:


Bronnen: Zie publicaties en websites.
Copyright: Stichting Pictoright, Amsterdam NL.

Mailcontact:
Bijgewerkt: 27.11.2012/01.04.2014/04.08.2014/21.04.2016.


Nieuwsberichten:
Vanaf 24.04.2014: Stedelijk Museum Amsterdam NL, Barnett Newman; Who’s Afraid of Red Yellow and Blue III.
10.06.2012 – 24.02.2013: National Gallery of Art (Tower Gallery), Washington US, Barnett Newman.


Een selectie van gegevens wordt weergegeven, ook bij exposities, publicaties, etc.