Introductie Bart van der Leck:

Binnen het eenvoudige arbeidersmilieu waarin Bart van der Leck samen met twee broers en een zuster opgroeide, werd weinig waarde gehecht aan de intellectuele ontwikkeling van de kinderen. Toch lag aan Bart van der Leck’s keuze voor ‘gemeenschapskunst’ een politieke stellingname ten grondslag. Hij wilde geen kunst maken voor een kleine culturele elite, maar met zijn werk een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een heilstaat. Vandaar dat hij zich in de loop van zijn carrière zou bezighouden met technieken die een brede verspreiding van het werk ook buiten het specifieke kunstpubliek mogelijk maakten, zoals gebrandschilderd glas, interieurtextiel en ruimtelijke kleurbeelding, lithografie en affichekunst, typografie en keramiek.


    


Biografie:

Op veertienjarige leeftijd (1890) verruilde Bart van der Leck de schoolbanken voor een ambachtelijke vorming in verschillende Utrechtse glasschilderateliers. De technische beheersing van dat kunstvak bevredigde hem kennelijk onvoldoende, reden om modeltekenavonden te gaan volgen, onder andere bij het Utrechtse schildergenootschap ‘Kunstliefde’.

In 1900 verhuisde Bart van der Leck naar Amsterdam NL en schreef hij zich in aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid. Vanaf 1901 bezocht hij ook de avondklassen van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. Beide opleidingen werden in 1904 met goed gevolg afgesloten, waarna Van der Leck zich toelegde op de toegepaste kunsten, vaak in samenwerking met architect Klaarhamer. Zo verzorgden zij in 1905 een gelithografeerde prachtuitgave van Het Hooglied van Salomo. Klaarhamer kalligrafeerde de tekst direct op steen en Bart van der Leck ontwierp de illustraties.
Aangezien opdrachten vooralsnog uitbleven, begon Bart van der Leck vrij werk te produceren, aanvankelijk – uit geldgebrek – voornamelijk pastels. Geheel in lijn met zijn opleiding in de toegepaste kunsten is in zijn vrije oeuvre van meet af aan een streven te herkennen naar monumentaliteit. Omdat dergelijke (muur)schilderkunst doorgaans werd aangebracht in de openbare ruimte en vaak een boodschap beoogde uit te dragen, moest zij bij een groot publiek tot de verbeelding spreken. Onderwerp van zijn schilderijen was vaak de gewone man en vrouw in zijn of haar dagelijkse beslommeringen.

In 1910 verhuisde hij naar Soesterberg NL. Tussen 1910 en 1915 paste Bart van der Leck zijn schilderstijl aan de karakteristieken van de wandschilderkunst aan; hij bouwde taferelen op uit horizontale friezen en ging dieptewerking tegen door schaduwen en overlappingen te vermijden. Vormen werden geschematiseerd door kleuren te egaliseren en vlakken te vatten in contouren die in toenemende mate werden ‘opgestrakt’. De voorstelling lichtte hij uit de natuurlijke context door haar tegen een witte achtergrond te plaatsen. Hij liet het perspectief weg en zijn onderwerpen verwerden tot geometrische vormen in primaire kleuren. Ondanks deze abstrahering van de onderwerpen was het nog steeds mogelijk om bijvoorbeeld een vrouw die naar de markt gaat te herkennen. Tegelijkertijd begon Bart van der Leck te schilderen op eternietplaten, met de bedoeling dat dit werk direct in de muur ingemetseld of in een lambrizering opgenomen zou worden. Zo vervaagde in zijn werk geleidelijk de grens tussen de monumentale en de vrije schilderkunst, waarmee hij zowel binnen als buiten Nederland een unieke positie innam.

Deze periode van artistieke ontplooiing werd financieel mogelijk gemaakt door Bremmer, die Bert van der Leck vanaf 1912 van een vast jaarinkomen voorzag in ruil voor de schilderijen die ontstonden. In 1914 bracht Bremmer hem in contact met de kunstverzamelaarster Helene Kröller-Müller (waardoor het huidige Kröller-Müller museum over een aanzienlijke collectie Bart van der Leck’s beschikt), wat leidde tot zijn aanstelling bij de afdeling Gebouwen van Wm.H. Müller & Co., de firma die zij van haar vader had geërfd, en zijn verhuizing naar Den Haag. Die afdeling stond op dat moment onder leiding van de gerenommeerde bouwmeester H.P. Berlage.

De door Bart van der Leck zo gewenste samenwerking tussen architect en schilder kwam door hun onderlinge competentiestrijd over de mate van inbreng in gemeenschappelijke projecten echter niet van de grond. Binnen twee jaar nam Bart van der Leck ontslag, maar hij verzekerde zich van een contract met Kröller-Müller zoals dat in het verleden met Bremmer had gegolden: een regelmatige toelage in ruil voor de geproduceerde schilderijen.

Terzelfder tijd verhuisde Bart van der Leck naar het Gooi NL, waar hij in het voorjaar van 1916 kennismaakte met de schilder Piet Mondriaan, een contact dat voor beiden bijzonder vruchtbaar zou blijken. In zijn voortdurende streven naar monumentaliteit had Bart van der Leck – als eerste! – zijn palet intussen gereduceerd tot de primaire kleuren rood, geel en blauw (en de niet-kleuren zwart en wit). Piet Mondriaan was hem voor in het verregaand abstraheren van het onderwerp, een voorbeeld dat Bart van der Leck snel zou volgen.

Eind december 1916 kwam Bart van der Leck in contact met de kunstenaar Theo van Doesburg. Deze had het plan opgevat gelijkgestemde collega’s te verenigen, een plan dat in 1917 zou leiden tot de oprichting van het tijdschrift De Stijl. Dit blad wilde een spreekbuis zijn voor de vaderlandse en – na de Eerste Wereldoorlog – ook de internationale avant-garde in een streven naar een nieuwe monumentale kunst. In zijn bijdragen aan De Stijl definieerde Bart van der Leck de functies van de schilderkunst en de architectuur in hun onderlinge relatie en maakte hij zich sterk voor een steviger positie van de schilder ten opzichte van de vanouds dominante architect. Wrijvingen tussen hem en met name Theo van Doesburg op het organisatorische vlak, waren daartoe aanleiding. De artistieke meningsverschillen met Piet Mondriaan, onder andere over de ‘openheid’ van de compositie, werden zo groot dat het contact – met diens vertrek naar Parijs FR in 1919 – werd verbroken.

Ook de (zakelijke) betrekkingen met Kröller-Müller en Bremmer werden kortstondig opgeschort, omdat dezen het niet eens waren met de richting die Bart van der Leck in zijn werk was ingeslagen. In navolging van Piet Mondriaan had hij zijn onderwerpen sterk geabstraheerd. Hij reduceerde ze tot primair gekleurde geometrische vormen tegen een witte achtergrond, die de beschouwer slechts in gedachten tot het oorspronkelijk uitgangspunt kon reconstrueren. Dat dit uitgangspunt er op een gegeven moment voor Bart van der Leck zelf helemaal niet meer toe deed, blijkt uit een aantal schilderijen uit de jaren 1918 tot 1921, waarin de mathematische ordening van de kleurvlakjes een allesoverheersende rol speelt. Deze (bijna) volledige abstractie vonden Bremmer en Kröller-Müller niet bij Bart van der Leck passen. Uiteindelijk kwam Bart van der Leck ook zelf tot de conclusie dat hij hiermee op een doodlopend spoor zat.

Parallel aan dit ‘abstracte’ werk schilderde Bart van der Leck in een stijl die bestond uit vergelijkbare primaire kleurvlakjes tegen een wit fond, waarin nu wel het oorspronkelijke uitgangspunt herkenbaar bleef. Deze ontwikkeling viel bij zijn begunstigers wel in goede aarde, en het contact werd in 1920 hervat. Met enige varianten zou hij tot aan zijn dood in deze stijl blijven werken. Welk onderwerp er werd afgebeeld, bleef van ondergeschikt belang, en dat stelde hem in staat veelvuldig in te gaan op voorstellen van Bremmer om een bepaald thema te behandelen.

In 1919/1920 mocht hij delen van het interieur van het door Berlage in opdracht van de familie Kröller-Müller gebouwde Jachthuis Sint-Hubertus ontwerpen. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. Hij verweet Berlage dominant gedrag en eiste van hem de toegepast kunstenaar gelijkwaardig aan de architect te zien.

In de jaren twintig produceerde Bart van der Leck gemiddeld slechts een viertal schilderijen per jaar, die via Bremmer bij een bevoorrechte bovenlaag van de bevolking terechtkwamen. Hij exposeerde betrekkelijk weinig en ondernam slechts incidenteel pogingen zijn werk een bredere verspreiding te geven, bijvoorbeeld door goedkope fotolitho’s van recente schilderijen te laten drukken. Ook die vonden echter hun weg voornamelijk naar een goed ingevoerde kunstelite, aangezien het grote publiek nog lang niet toe was aan zo’n avant-gardistische vorm van beeldende kunst.

In de jaren dertig ontwikkelde hij een nieuwe collectie bij elkaar passende kleuren voor bepaalde meubel- en gordijnstoffen en tapijten voor van Metz & co. In het filiaal van Metz & co Den Haag is een voorbeeld interieur geëtaleerd geweest, met de nieuwe kleurstellingen van Bart van der Leck. De kleuren konden onbeperkt met elkaar gecombineerd worden, zonder het gevaar dat de kleuren onderling zouden ´vloeken´. Dit kleurenschema, voornamelijk gebruikt en ontwikkeld in zijn grafiek en schilderkunst, vindt men terug als stoffering en als kleurstelling van deuren en betimmeringen in Huis Sonneveld, de tegenwoordige dependance van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam NL, dat door Gispen en Metz & Co. is gemeubileerd. Metz & Co. was namelijk kort opdrachtgever van Bart van der Leck.

Op advies van Bremmer begon Bart van der Leck zich de ingewikkelde techniek van het glazuren van keramiek eigen te maken. Pas na ettelijke jaren experimenteren leidde dit tot de gewenste resultaten, waarna vanaf het midden van de jaren dertig een onafzienbare stroom beschilderde tegels en wandborden op gang kwam. Ook deze keramiek kwam voor het overgrote deel bij Bremmers connecties terecht. Hetzelfde gold voor Bart van der Lecks in fotolithografie gedrukte editie van Hans Christian Andersens sprookje Het Vlas, dat hij in 1942 geheel met de hand op steen vormgaf en illustreerde. Deze nadruk op de kunstnijverheid ging ten koste van zijn schilderijenproductie, die vrijwel stil kwam te liggen en pas na de oorlog enigszins werd hervat. Het aantal werken dat hij toen voltooide, bleef beperkt tot vijfentwintig in dertien jaar.

Bart van der Leck werkte ook aan het interieur van het huis van zijn dochter en schoonzoon, het echtpaar Schöne-van der Leck. Dit huis in Blaricum uit 1953 van architect Piet Elling staat nu bekend als Villa Schöne en is een Rijksmonument. Het huis is het meest gave voorbeeld van de architectonische schilderwerken van Bart van der Leck.

Pas aan het einde van zijn carrière werd Bart van der Leck in de gelegenheid gesteld zijn ideaal te verwezenlijken. Door de bevriende architect Piet Elling werd hij een aantal malen gevraagd kleur aan te brengen in door hem ontworpen particuliere woningen, maar ook in publieke gebouwen. Als apotheose van Bart van der Lecks monumentale streven mag het door architect Pierre Cuijpers ontworpen internaat van de Rijksluchtvaartschool in Eelde worden beschouwd. In de jaren 1955 tot 1957 voorzag hij niet alleen het hele interieur van de voor hem zo karakteristieke kleurelementen, maar bepaalde hij alle kleuren in het complex (vloeren, gordijnen, beddenspreien etc.).


Bart van der Leck, De Kat.


Naam: Bart van der Leck.
Geboren:  26.11.1876, Utrecht NL.
Overleden: 13.11.1958, Blaricum NL .
Nationaliteit: Nederlandse.
Woon / werkplaatsen:

  • 1876 – 1900, Utrecht NL.
  • 1900 – 1904, Amsterdam NL.
  • 1904 – 1910, Verschillende woonplaatsen NL.
  • 1910 – 1914, Soesterberg NL.
  • 1914 – 1915, Den Haag NL.
  • 1915 – 1958, Blaricum NL.

Kunstopleiding:

  • 1890 – 1900, Ambachtelijke vorming Utrechtse glasschilderateliers.
  • 1900 – 1904, Rijksschool voor Kunstnijverheid Amsterdam NL.
  • 1901 – 1904, Avondschool Rijksacademie van Beeldende Kunsten Amsterdam NL.

Toelagen
Residenties:
Studiereizen:
Functies kunstwereld:
Onderscheidingen:

  • 1946, Ridderorde.

Actieve periode:


Vertegenwoordiging:
Contactpersoon:
Adres:
Telefoon:
Email:
Website:
Emedia:


Kunstvormen: Schilderijen, Kleurarchitecteur, Keramiek.
Kunststromingen:

  • Neoplasticisme | 1917 – 1925 | Schilderijen, Meubels, Architectuur.

Technieken: Schilderwerk op Eterniet.
Bekende werken:
Projecten / opdrachten:

  • Interieurdelen Jachthuis Sint-Hubertus bij Kröller-Müller museum | Kleurelementen Rijksluchtvaartschool in Eelde.

Kunstgroepen:

  • De Stijl,  Amsterdam NL | 1916 – 1931 | Schilderijen, Architectuur | Neoplasticisme.

Kunstrelaties:

  • Chris Beekman | NL 1887 – 1964 NL | Schilderijen, Tekeningen | Neoplasticisme, Concretisme.
  • Theo van Doesburg | NL 1883 – 1931 NL | Schilderijen, Architect, Beglazing | Neoplasticisme, Concretisme.
  • Piet Mondriaan NL | 1872 – 1944 US | Schilderijen | Neoplasticisme.
  • Gerrit Rietveld | NL 1888 – 1964 NL | Meubels, Architectuur | Neoplasticisme

Leerling van en/of invloed van:
Leraar van en/of invloed op:


Museumcollecties:

  • Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam NL, Beeldende kunst.
  • Centraal Museum, Utrecht NL.
  • Drents Museum, Assen NL.
  • Museum de Fundatie / Paleis aan de Blijmarkt, Zwolle NL.
  • Gemeentemuseum Den Haag, Den Haag NL, Moderne Kunst etc.
  • Museum Helmond | Helmond NL |  Modern, Hedendaags.
  • Kröller-Müller Museum, Otterlo NL, 19de en 20ste eeuwse beeldende kunst (42 schilderijen, circa 400 tekeningen).
  • Mondriaanhuis, Amersfoort NL.
  • Rijksmuseum Amsterdam, Amsterdam NL.
  • Singer Museum, Laren NL, Internationale Beeldende kunst 1880 – 1950.
  • Stedelijk Museum Amsterdam, Amsterdam NL, Moderne- en Hedendaagse kunst.
  • Rijksmuseum Twenthe (RMT), Enschede NL.
  • Museum of Modern Art (MOMA), New York US, Moderne & Hedendaagse kunst.
  • Musée d´Art Moderne de la ville de Paris FR,
  • Tate, Londen GB.
  • Museum van Grenoble.
  • Wilhelm-Hack Museum, Ludwigshafen DE.
  • IVAM, Valencia IT.
  • Museum Insel Hombroich, Neuss DE, (grote verzameling).

Overheidscollecties:
Private collecties:

  • Gispen?

Galerie collecties:

  • Kunsthandel Rueb, Amsterdam NL.
  • Simonis & Buunk Kunsthandel, Ede NL.
  • Kunsthandel Studio 2000, Blaricum NL, 19e & 20e eeuw kunst.
  • Galerie Frank Welkenhuysen, Utrecht NL.
  • Kunsthandel Marius Sterrenburg, Amsterdam NL.

Exposities: (Solo / Groep / Duo / ?)

  • 2018: Kröller-Müller Museum, Otterlo NL, Helene Kröller-Müller en Bart van der Leck ‘De Mecenas en de ‘Verversbaas’ (S).
  • 2017: Gemeentemuseum Den Haag NL, Piet Mondriaan en Bart van der Leck, De uitvinding van een nieuwe kunst (G).
  • 2017: Rijksmuseum Amsterdam, Mondriaans bloemen, De Stijl en Counter culture (G).
  • 1919, Voor de kunst, Utrecht NL.

Eigen publicaties:
Boeken:

  • 1999, Correspondentie Bart van der Leck en H.P. Bremmer. Bussum, Thoth.
  • 1999, Cees Hilhorst. Vriendschap op afstand. Toos van Kooten (ed.).
  • 1994, Bart van der Leck. Rijksmuseum Kröller-Müller, Otterlo.

Artikelen:

  • 2007, Villa Schöne aangewezen als rijksmonument.
  • ????, Nieuwsbrief van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten.
  • 2004, Kunstschrift: Bart van der Leck 1876-1958.

Radio / televisie:
Video / films:
Websites:


Eigen citaten:


Nieuwsberichten:

  • 2013: Rijksmuseum Amsterdam NL, koopt nieuw werk.

Bronnen: Zie publicaties en websites.
Copyright: Stichting Pictoright, Amsterdam NL.
Privacy: N.v.t.
Bijgewerkt: 11052012/03032014/28072014/13122016/30102017/25122017/14072018.


Vaak worden alleen de belangrijkste collecties, exposities, publicaties e.d. weergegeven.