Samen met Theo van Doesburg, Bart van der Leck en Vilmas Huszár richtte Piet Mondriaan in 1916 de groep ‘Bewust abstracten’ of ‘Werkelijk anderen’ op.

Mede om de nieuwe kunst bekend te maken, richtte Theo van Doesburg in de zomer van 1917 het tijdschrift ‘De Stijl’ op. Het eerste nummer van het tijdschrift verscheen in oktober van dat jaar, het laatste in 1932

Theo van Doesburg vroeg aan Piet Mondriaan bij te dragen aan het tijdschrift. Piet Mondriaans eerste bijdrage tot dit tijdschrift was de artikelenreeks ‘De Nieuwe Beelding in de Schilderkunst’. Omdat Piet Mondriaan niet zo’n begiftigd schrijver was ontleende hij hierin veel begrippen en ideeën aan de theosoof Mathieu Schoenmakers, schrijver van boeken als Het Nieuwe Wereldbeeld (1915) en Beginselen der Beeldende Wiskunde (1916). Met deze artikelen wilde Piet Mondriaan aantonen dat de kunstenaar niet afbeeldt, maar weerbeeldt. “Men moet de natuurlijke verschijning veranderen, om de natuur meer zuiver te doen zien”. De kunstenaar treedt bovendien op als tussenpersoon tussen toeschouwer en een hogere, onzichtbare, kosmische werkelijkheid.

De essentie van De Stijl was een nieuwe kunstvorm te vinden die volledig inzetbaar was in de samenleving. Het uitgangspunt was de zoektocht naar een ideale samenleving, en een vormentaal die daarbij paste. De Stijl stond voor absolute abstractie en een vergaande versobering van het beeldende vocabulaire tot elementaire middelen. Uiteindelijk werkten zij enkel met primaire kleuren (rood, geel en blauw), wit, zwart, grijs en horizontale- en verticale-lijnen. Hun doel was een universele beeldtaal te creëren die gebaseerd was op de wetten die het universum beheersen. Het universele karakter zou regionale en nationale verschillen opheffen. Ze dachten op deze wijze bij te dragen aan de wereldvrede.

‘De Stijl’ zette zich in voor een nieuwe kunst in een nieuwe, betere wereld. De gelijkwaardige samenwerking tussen schilders en architecten was daarbij een belangrijk doel. Piet Mondriaan formuleerde de kenmerken van de nieuwe schilderkunst:

  • Elkaar loodrecht kruisende lijnen.
  • Primaire kleuren plus zwart, wit en grijs.
  • De abstrahering van een motief,

De grondgedachte van ‘De Stijl’ was typisch Nederlands. Door samen te werken hoopten de kunstenaars, architecten, ontwerpers en schrijvers een totaalkunstwerk te maken.

In november 1918 onderschreef Piet Mondriaan, naast Theo van Doesburg, Robert van ‘t Hoff, Vilmos Huszár, Anthony Kok, Georges Vantongerloo en Jan Wils, ook het Eerste Manifest van De Stijl. Zijn werk voor De Stijl leidde uiteindelijk in 1921 tot de uitgifte van het boekje Le Néo-Plasticisme.

Rond 1924 kreeg Theo van Doesburg belangstelling voor de diagonale lijn. Deze werken waarin de diagonale lijn een grote rol speelt noemde hij Elementarisme. Dit leidde tot een conflict met Piet Mondriaan die daardoor uit de beweging stapte.

In 1926 kwam de De Stijl uit met een jubileumuitgave wegens het 10-jarig bestaan.

De dood van Theo van Doesburg in 1931 en de opkomst van het fascisme droegen bij aan het einde van De Stijl.

Met het gebruik van heldere primaire kleuren vervaardigden zij kunstwerken die juist levendig, vrij en vrolijk waren, als de toekomst zelf. Zonder De Stijl hadden de Westerse woning, de straat én de stad er heel anders uit gezien. Bovendien inspireerde de groep rond Piet Mondriaan en Theo van Doesburg kunstenaars, vormgevers en architecten tot op de dag van vandaag. Het belang van de groep is moeilijk te overschatten; zij speelt een centrale rol in de Europese avant-garde.

In het Gemeentemuseum Den Haag NL werd in september 2011 een complete vleugel, met een totaal oppervlak van 750 m2, definitief gewijd aan een presentatie van Piet Mondriaan & De Stijl. Daarin zijn Theo van Doesburg, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo naast Piet Mondriaan de belangrijkste vertegenwoordigers.

Voorheen was er in Nederland nog geen totaalbeeld te zien van de belangrijkste Nederlandse bijdrage aan de moderne kunst. De collectie Piet Mondriaan is uniek in de wereld en omvat bijna driehonderd werken. Deze collectie kunstwerken toont alle stadia van de indrukwekkende carrière van deze grootmeester van de moderne kunst. Weinig kunstenaars hebben vanaf het begin van hun artistieke ontwikkeling tot aan hun dood zich steeds weer weten te vernieuwen en handhaafden zich tegelijkertijd op een hoog niveau.  De grote variëteit van werken stelt het Gemeentemuseum Den Haag in staat om de volledige artistieke ontwikkeling van deze kunstenaar aan het publiek te kunnen tonen, van realistisch naar abstract. Ook zijn laatste onvoltooide meesterwerk, de ‘Victory Boogie Woogie’ (1942-1944), het monument voor New York, de stad van ritme en ongeremde vitaliteit, is uiteraard ook in de tentoonstelling te zien.


De impact van De Stijl
Het begrip ‘De Stijl’ wordt geassocieerd met de minimalistische composities van Mondriaan en met de stoel en het fameuze huis van Gerrit Rietveld. Beelden die in de afgelopen eeuw tot het collectief geheugen van de Nederlandse visuele identiteit zijn gaan behoren. Die symbool staan voor het idee van ‘vernieuwing en vooruitgang’ dat we graag tot ons nationale karakter rekenen.

Honderd jaar geleden was dit referentiekader totaal anders. Noch in de gedistingeerde herenhuizen van de elite met gecapitonneerde meubelen voor goudkleurig Fleur-de-lys-behang, noch in de krappe arbeidshuizen met wastobbes, poepdozen en nauwelijks stromend water was er enig besef dat er in Leiden, Utrecht en Laren kunstenaars bij elkaar over de vloer kwamen die een nieuwe ‘orde’ nastreefden; eerst in de kunst, maar uiteindelijk in de hele maatschappij. Kunstenaars die de visie én de verbeeldingskracht hadden om het grote modernistische project op poten te zetten dat de twintigste eeuw zou gaan definiëren. Uit het niets. In een maatschappij die daar aanvankelijk niet ontvankelijk voor was en die ze misschien ook wel – vanuit conservatisme – voor gek verklaarde, wanneer ze hoorde van de ideeën. Gelukkig waren er opdrachtgevers – zoals Truus Schröder in Utrecht – die wel ontvankelijk waren voor de nieuwe visie en belangwekkende opdrachten gaven.

Vier mannen met een concept en geloof. Als iets de De Stijl-beweging tot voorbeeld maakt, dan is het dat: de kracht om een nieuwe kunstvisie na te streven die aan niets dat al bestond te relateren was en dus echt ‘nieuw’ was. Een stijl ook, waarmee de kunstenaars buiten de contouren van het schilderij of het beeldhouwwerk traden en met hun vertaling naar ruimtelijke concepten het aanzien van een complete samenleving zouden gaan veranderen (overigens samen met ‘geloofsgenoten’ van het Bauhaus in Dessau).

Dat na de Tweede Wereldoorlog alom in Nederland witte muren de huiskamers gingen domineren en dat tijdens de wederopbouw met de principes van het Nieuwe Bouwen in een gestage stroom huizenblokken met goede hygiënische voorzieningen in keuken en badkamer (licht, lucht en reinheid) konden worden ontwikkeld, vindt zijn oorsprong in het veldwerk van Mondriaan, Van Doesburg, Van der Leck, Rietveld en Oud en in Duitsland Gropius en Van der Rohe.

Een wezenlijk aspect van De Stijl is de conceptontwikkeling die plaats had tussen kunstenaars (niet altijd vrienden); kunstenaars en architecten die ideeën en inzichten met elkaar deelden en aan elkaar scherpten (en daar ook ontzettende ruzie over konden krijgen). In de allereerste plaats natuurlijk in het tijdschrift zelf, waarmee alles begon. Hoe heterogeen de beweging ook was, er was wel een onuitgesproken besef dat je als groep samen tot nieuwe concepten kwam, meer dan als individu.

Artistiek gezien is het ‘minimalisme’ van De Stijl in het DNA van de moderne- en hedendaagse kunstenaar en vormgever terecht gekomen. Het esthetisch besef dat aan de kleur- en vormleer is verbonden, is als artistieke erfenis niet meer weg te denken in de actuele kunstpraktijk en heeft ook zijn weg gevonden naar de grafische vormgeving en het productdesign. Het systematisch analyseren van de werkelijkheid en die terugbrengen tot haar essentie (lijn, vlak, vorm, kleur), om vervolgens met die componenten nieuwe (artificiële) werelden te bouwen, is van extreme importantie gebleken. Het heeft de visuele cultuur van de twintigste eeuw radicaal veranderd en beïnvloedt tot op de dag van vandaag iedereen die met esthetiek bezig is, van kunstenaar tot architect tot vormgever. Bron: Auteur niet bekend.


Piet Mondriaaan.


Naam kunstgroep: De Stijl.
Kunststroming: Neoplasticisme.
Kunstperioden: Modern
Kunstvormen: Schilderijen.


Initiators:

  • Theo van Doesburg | NL 1883 – 1931 NL | Schilderijen, Architect, Glazenier | Modern | Neoplasticisme, Concretivisme.
  • Bart van der Leck | NL 1876 – 1958 NL | Schilder, Vormgever, Keramiek | Modern | Neoplasticisme.
  • Vilmos Huszár | HU 1884 – 1960 NL | Schilderijen | Modern | De Stijl | www.vilmos-huszar.com.
  • Piet Mondriaan | NL 1872 – 1944 US | Schilderijen | Modern | Neoplasticisme.

Deelnemers:

  •  J.J.P.Oud, architect.
  • Georges Vantongerloo, Belgie
  • Gerrit Rietveld | NL 1888 – NL 1964 | Meubelen, Architectuur | Modern.
  • Severini.
  • Robert van het Hoff.
  • Jan Wils, architect,

Oorsprong: Nederland.
Ontstaan: 1916.
Bloeiperiode:
Beëindigd: 1932.


Contactpersoon:
Adres:
Email:
Websites:

Emedia:  www.youtube.com.


Manifest:

  • 1918, Eerste Manifest van De Stijl.

Publicaties:

  • 1917, Tijdschrift De Stijl.
  • 1926, Jubileumuitgave De Stijl.

Boeken:

  • De vervolgjaren van De Stijl 1922 – 1932 | Uitgeverij L.J. Veen | redactie  Carel Blotkamp | 1996 | 400 p.
  • De Stijl 1917 – 1931 | Taschen | Carsten-Peter Warncke |1998 | 216 p.
  • De uitvinding van een nieuwe kunst,  Piet Mondriaan & Bart van der Leck, Laren 1916 – 1918, Hans Jansen, Gemeente Museum Den Haag / WBooks. 2017.

Artikelen:


Exposities:


Nieuwsberichten:


Bronnen: Zie publicaties en websites.
Bijgewerkt: 26102013/25122014/27012016/3002017/11102017/12102017.


Reacties

De Stijl | Amsterdam NL | 1916 – 1931 | Schilderijen, Architectuur | Modern | Neoplasticisme — Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *