Introductie Fritz Winter: (In bewerking)

Fritz Winter was een Duitse kunstschilder die zijn opleiding kreeg bij het Bauhaus in Dessau DE. Hij werkte vooral in ……..  Hij is/was lid van de groep ……  Hij had ondermeer exposities in …….. Hij ontving  de ……. prijs. Belangrijke werken worden gerekend tot het Abstract Expressionisme. Bekende werken  ………….. Hij beschouwd zichzelf als……


Fritz Winter, Zonder titel, 1927, mixed media op papier, 18,0 x 14,0 cm.


Biografie:

Fritz Winter was de eerste van 8 kinderen. In 1919 gaat hij in de leer als elektricien.

In 1924 maakt hij zijn eerste tekeningen en schilderijen. In 1926 reist Winter naar Nederland, waar hij kennis maakt met het werk van Van Gogh.

s’Nachts werkte hij als mijnwerker en bezocht overdag het Realgymnasium in Ahlen om medicijnen te gaan studeren.

In 1927 wordt Fritz Winter aangenomen op het Bauhaus in Dessau DE, waar hij drie jaar lang studeert bij Klee, Kandinsky en Schlemmer. In 1928 verwerft hij een beurs van de stad Dessau. In 1929 neemt hij met 12 werken deel aan de expositie ‘Junge Bauhausmaler’. In de herfstvakantie leert hij Ernst Ludwig Kirchner en Erna Kirchner kennen in Davos en tijdens een voordracht in het Bauhaus leert Winter Naum Gabo kennen.

In 1930 werkt Winter drie maanden in het atelier van Gabo in Berlijn en heeft hij zijn eerste solotentoonstelling bij Buchholz in Berlijn. De musea van Halle, Hamburg, Mannheim, Breslau en Wuppertal verwerven werken. Vanaf de jaren ’30 laat Winter de fuguratie geleidelijk aan achter zich en verbindt zich meer en meer met de École de Paris.
In 1931 doceert Winter aan de Pedagogische Academie in Halle. In de zomer bezoekt hij opnieuw Kirchner. In 1932 maakt hij reizen naar Zuid-Tirol, Bologna, Florence, Padua en Mailand en brengt weer een bezoek aan Kirchner.
In 1933 verhuist Winter naar München DE. Hij bezoekt Paul Klee in Berlijn DE en Else Lasker-Schüler in Zürich CH. Ook neemt hij deel aan de tentoonstelling ‘Zeitgenössische deutsche Kunst aus Schweizer Privatbesitz’ in het Kunsthaus in Zürich CH. In 1935 verhuist Fritz Winter naar Dießen am Ammersee.

In het Derde Rijk worden zijn schilderijen ‘entartet’ (ontaard) verklaard en verboden en in 1937 worden alle werken van Winter in openbare verzamelingen in Duitsland, in het kader van de nationaal socialistische actie tegen de zogenoemde Entartete Kunst, in beslag genomen uit de musea gehaald en zonder vergoeding onteigend. Fritz Winter krijgt een schilderverbod.

In 1938 neemt Winter deel aan de ‘Tentoonstelling hedendaagse Schilders’ in de New Burlington Gallery in Londen, die zich tegen de reizende tentoonstelling in Duistland van ‘Entarte Kunst’ richt.
Triebkräfte der Erde Winter moet in 1939 in dienst en neemt als soldaat deel aan de veldtochten tegen Polen en de USSR.

Tijdens de oorlog, wanneer Winter na een zware verwonding in 1944 herstelverlof krijgt, begint hij aan zijn zogenoemde Feldskizzen (veldschetsen) in kleine schetsboekjes, de voorbereiding op zijn beroemde 40-delige reeks Triebkräfte der Erde. Kort voor het einde van de oorlog in 1945 wordt hij krijgsgevangen genomen door de Russen. In 1949 wordt Winter vrijgelaten en om zijn vrijlating niet in gevaar te brengen vernietigt hij honderden tekeningen, omdat hij vreest dat ze als spionagemateriaal gezien zullen worden.

Teruggekeerd in Dießen wordt Fritz Winter medeoprichter van de kunstenaarsgroep ‘Zen 49′ in München DE.

After the war years on the Eastern Front and as a prisoner in Russia, Winter finally returned to Munich in 1949. He founded the ‘Gruppe der Gegenstandslosen’ (Group of Abstractionists) ZEN 49 together with Willi Baumeister, Rupprecht Geiger, Theodor Werner and others. en vindt hij al snel aansluiting bij de Europese avant-garde. Fritz Winter ontwikkelt een eigen vormentaal door bewerking van zijn door het Bauhaus beïnvloedde werk uit de jaren ’30, die hem een speciale plaats geeft naast de Informel.

From the 1950s onwards he was awarded a number of major art prizes and enjoyed considerable international success.

In 1950 ontmoet hij Hans Hartung en Pierre Soulages. Ook behaalt hij de Prijs van de 25ste Biënnale van Venetië en de tweede Ströher-Prijs voor abstracte schilderkunst. In 1951 krijgt hij de Prijs van de Duiste Kunstenaarsbond Berlijn en de Domnick-Preis Stuttgart, in 1952 de Konrad-von-Soest-Prijs en de prijs van de tentoonstelling ‘Eisen und Stahl’ in Düsseldorf.

Winter is vanaf 1953 gastdocent aan de Landeskunstschule in Hamburg en vanaf 1955 wordt hij hoogleraar aan de Staatliche Hochschule für Bildende Künste in Kassel. In datzelfde jaar neemt Winter deel aan Documenta I in Kassel en nogmaals aan Documenta II in 1959. Hij schildert op lichtere ondergronden.
Winter ontving talrijke prijzen waaronder de Cornelius-Prijs van de stad Düsseldorf in 1956, de Internationale Grafiekprijs Tokyo in 1957, de prijs van de Internationale Bouw-Tentoonstelling Berlijn, de prijs van de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958 etc.

Als gevolg van zijn oorlogsverwonding wordt Fritz Winter in 1959 ziek. In dat jaar krijgt hij de Grote Kunstprijs van het land Nordrhein-Westfalen. Vanaf 1961 creëert hij modulaties van de ruimte middels kleureffecten. Hij wordt geïnspireerd door de ideeën van der Blaue Reiter. Winter beschouwde de kunst als een directe uiting van de elementaire natuurkrachten.
Sommerbild, 1961 Met een grote retrospectieve tentoonstelling in verscheidene steden in Duitsland wordt de kunstenaar in 1965 geëerd voor zijn 60ste verjaardag. In 1969 krijgt hij het ‘Großes Verdienstkreuz’ van de Bundesrepublik Duitsland.

In 1970 gaat Winter met pensioen van zijn leerstoel in Kassel en keert terug naar Dießen am Ammersee. In 1971 krijgt hij de ridderorde ‘Pour le Mérite’, in 1973 de Bayerische Verdienstorden en in 1974 het Großes Verdienstkreuz van de Bundesrepublik Duitsland met Ster.

In 1974 Fritz Winter presented a large part of his artistic estate to the Galerie-Verein München e. V. The artist’s aim and condition was to create a non-profit making foundation for the works. This was set up by Konrad Knöpfel, a friend and patron of Fritz Winter’s since 1965, and approval was granted on the 29th December, 1981, for a non-profit making foundation under public civil law based in Munich. Care of 600 works was transferred to the Bayerische Staatsgemäldesammlungen by the Galerie-Verein.

In 1975 wordt het Fritz-Winter-Haus in Ahlen geopend. Fritz Winter sterft op 1 oktober 1976. Zelfs voor zijn dood werd Winter gezien als een van de bekendste naoorlogse Duitse kunstenaars. In 1977 werd hem posthuum de Rubensprijs toegekend.

Fritz Winter died on 1 October 1976. Even before his death Fritz Winter was considered one of the most famous German post-war artists.


Fritz Winter, Drijvende krachten van de aarde, 1944, 29,7 x 21 cm, mixed media op papier.


Beschrijving werk:

Nog uitwerken.


Fritz Winter, zonder titel, 1958, Glas mozaïek ingang Hansaplatz metro station Berlin-Hansaviertel.


Naam: Fritz Winter.
Geboren:  22.09.1905, Altenbögge DE.
Overleden: 01.10.1976, Herrsching DE .
Nationaliteit: Duitse.
Woon / werkplaatsen:

  • 1905 – ????, Altenbögge DE.
  • 1927 – 1933, Dessau DE.
  • 1933 – 1935, München DE.
  • 1935 – 1953, Dießen am Ammersee DE.
  • 1953 – 1970, Kassel DE.
  • 1970 – 19??, Dießen am Ammersee DE.
  • 1922 – 1976, Herrsching am Ammersee DE.

Kunstopleiding:

  • 1927 – 1930, Bauhaus, Dessau DE

Toelagen:
Residenties:
Studiereizen:
Functies kunstwereld:

  • 1931 – ????, Docent, Pedagogische Academie, Halle DE.
  • 1953 – ????, Gastdocent Landeskunstschule, Hamburg DE.
  • 1955 – 1970, Hoogleraar Staatliche Hochschule für Bildende Künst Kassel.

Onderscheidingen:

  • 1950, Prijs 25ste Biënnale van Venetië IT.
  • 1950, 2e Ströher-Prijs voor abstracte schilderkunst.
  • 1951, Prijs van de Duitse Kunstenaarsbond Berlijn DE.
  • 1951, Domnick-Preis Stuttgart DE.
  • 1952, Konrad-von-Soest-Prijs.
  • 1952, Prijs tentoonstelling ‘Eisen und Stahl’, Düsseldorf DE.
  • 1956, Cornelius-Prijs stad Düsseldorf DE.
  • 1957, Internationale Grafiekprijs Tokyo JP.
  • 1957, Prijs van de Internationale Bouw-Tentoonstelling Berlijn DE.
  • 1958, Prijs van de wereldtentoonstelling Brussel BE.
  • 1958, Grote Kunstprijs Nordrhein-Westfalen.
  • 1969, Großes Verdienstkreuz, Bundesrepublik Duitsland.
  • 1977, Posthuum Rubensprijs.

Actieve periode: 1924 – ????.


Vertegenwoordiging: Fritz Winter Foundation.
Adres: Bayerische Staatsgemäldesammlungen, Barer Str. 29, D-80799 München.
Telefoon:  +49 (0)89 / 23805-277.
Contactpersoon:

Email: 
Website: www.fritz-winter-stiftung.de.
Emedia:


Kunstvormen: Schilderijen, Tekeningen, Etsen.
Kunststromingen:

Kunstfasen:

  • ???? – ????, Studieperiode.
  • ???? – ????,

Technieken:
Bekende werken:
Projecten / opdrachten:


Kunstgroepen:

  • Bauhaus | DE | 1919 – 1933 | Beeldende kunsten | Modern
  • Zen 49.

Kunstrelaties:

  • Paul Klee | CH 1879 – 1940 CH | Schilderijen | Modern | Abstract Figurisme, Kubisme, Concretisme.
  • Wassily Kandinsky | RU 1866 – 1944 FR | Schilderijen, Grafiek | Abstract Expressionisme.
  • Schlemmer.

Leerling van en/of invloed van:

  • Paul Klee | CH 1879 – 1940 CH | Schilderijen | Modern | Abstract Figurisme, Kubisme, Concretisme.
  • Wassily Kandinsky | RU 1866 – 1944 FR | Schilderijen, Grafiek | Abstract Expressionisme.
  • Schlemmer.

Leraar van en/of invloed op:


Museumcollecties:
Overheidscollecties:
Private collecties:
Galerie collecties:


Exposities: (Solo / Duo / Groep / ?)


Eigen publicaties:
Catalogi:
Boeken:

  • Gabriele Lohberg: Fritz Winter. Leben und Werk
    Mit Werkverzeichnis der Gemälde und einem Anhang der sonstigen Techniken, Diss. Bonn 1984, München 1986, 532 S., ISBN 3-7654-2029-8 (Die Vorbereitung und der Druck der Publikation wurden wesentlich gefördert durch die Fritz-Winter-Stiftung.)
  • Fritz Winter. Gemälde und Zeichnungen aus dem Besitz der Fritz Winter Stiftung
    Ausstellung und Katalog: Carla Schulz-Hoffmann, Claudia Boess. Ausst.-Kat. Pavillon des Arts, Paris, 24.8.−6.11.1988. München 1988, 87 S., ISBN 3-7774-4950-4.
  • Fritz Winter. Gemälde und Arbeiten auf Papier
    Hrsg.: Cathrin Klingsöhr-Leroy, Fritz-Winter-Stiftung München, Wolfgang Savelsberg, Museum Schloß Mosigkau Dessau. Ausst.-Kat. Museum Schloß Mosigkau Dessau, Anhaltinische Gemäldegalerie Dessau, Museum am Ostwall Dortmund, 4.11.1995−3.3.1996. München, Forstinning 1995, 94 S., ISBN 3-930134-08-X.
  • Franz Marc und Fritz Winter. Bilder zum Krieg
    Hrsg.: Bayerische Staatsgemäldesammlungen. Ausstellung und Katalog: Cathrin Klingsöhr-Leroy, Carla Schulz-Hoffmann. Ausst.-Kat. Staatsgalerie Moderner Kunst München, 28.3.−19.5.1996. München / Ostfildern-Ruit 1996, 87 S., ISBN 3-7757-0602-X.
  • ZEN 49 − Fragmente der Erinnerung
    Hrsg.: Bayerische Staatsgemäldesammlungen, Fritz-Winter-Stiftung, Ausstellung und Katalog: Iris Buchheim und Cathrin Klingsöhr-Leroy. Ausst.-Kat. Neue Pinakothek München, 27.10.1999−16.01.2000. München / Ostfildern-Ruit 1999, 111 S.
  • Klee − Winter − Kirchner. 1927–1934
    Hrsg.: Bayerische Staatsgemäldesammlungen, Fritz-Winter-Stiftung, Westfälisches Landesmuseum für Kunst- und Kulturgeschichte, Münster. Ausstellung und Katalog: Cathrin Klingsöhr-Leroy. Ausst.-Kat. Westfälisches Landesmuseum für Kunst- und Kulturgeschichte Münster, Neue Pinakothek München, 14.1.2001−30.4.2001. München / Ostfildern-Ruit 2001, 161 S.
  • Naum Gabo – Fritz Winter. 1930−1940
    Ausstellung und Katalog: Hubertus Gassner und Cathrin Klingsöhr-Leroy. Ausst.-Kat. Museum Folkwang, Essen, Stiftung Moritzburg, 29.11.2003−13.6.2004. München / Ostfildern 2003, 153, 40 S.
  • Triebkräfte der Erde − Winter, Klee, Marc, Beuys, Kirkeby
    Hrsg.: Bayerische Staatsgemäldesammlungen, Fritz-Winter-Stiftung. Ausstellung und Katalog: Cathrin Klingsöhr-Leroy. Ausst.-Kat. Pinakothek der Moderne München, 27.10.2005−15.1.2006. Köln / München 2005, 199 S., ISBN3-87909-878-6.
  • Hans Arp − Fritz Winter. Dialog ohne Begegnung
    Hrsg.: Bayerische Staatsgemäldesammlungen, Fritz-Winter-Stiftung. Ausstellung und Katalog: Cathrin Klingsöhr-Leroy. Ausst.-Kat. Pinakothek der Moderne, München, 14.2.2008−12.5.2008. Köln 2008, 111 S., ISBN 978-3-87909-951-1.
  • Licht-Bilder. Fritz Winter und die abstrakte Fotografie
    Herausgeber: Fritz-Winter-Stiftung / Pinakothek der Moderne
    Texte von Katrin Heidt und Oliver Kase
    Festeinband mit Schutzumschlag, 16,8 x 24 cm, 144 Seiten, 100 Farbabb., Deutsch, ISBN 978-3-86828-320-4.

Artikelen:
Radio / televisie:
Video / film:
Websites: www.fritz-winter-stiftung.de.


Eigen citaten:


Nieuwsberichten:


Bronnen: Zie publicaties en websites.
Copyright: JJJJ Kunstenaar gemeld.
Privacy: N.v.t.
Bijgewerkt: 24022012/01032017/17072018.


Vaak worden alleen de belangrijkste collecties, exposities, publicaties e.d. weergegeven