Inhoud
  1. Inleiding Abstracte Kunst
  2. Ontstaan van Abstracte Kunst
  3. Definitie Abstracte Kunst
  4. Abstracte kunststromingen
  5. Moderne en/of hedendaagse Abstracte Kunst
  6. Kunstgroepen van de Abstracte Kunst
  7. Kunstrelaties
  8. Kunstcentra

1. Inleiding Abstracte Kunst (29.09.2018)

Deze website ’De Moderne Abstracte Kunst’ heeft de bedoeling om de Abstracte Kunst zodanig te presenteren dat deze kunstvorm begrepen en gewaardeerd kan worden door een zo breed mogelijk publiek. De website heeft dus niet de intentie om volledig en/of wetenschappelijk te zijn. De auteur probeert steeds een evenwicht te vinden tussen wetenschappelijk detaillering en te eenvoudige oppervlakkigheid. Dat neemt niet weg dat de inhoud van deze website zo goed mogelijk de geschiedenis, ontwikkeling en huidige situatie van de Abstracte kunst wil beschrijven.

Deze webpagina wordt voortdurend aangepast aan de gewijzigde/vernieuwde inzichten van de auteur. In de rechter kolom rechts van de pagina’s (Zijwoord) worden de actuele structurele aanpassingen van de website vermeld.

Voor hen die verder willen gaan in het onderzoek naar de Abstracte kunst zijn zoveel mogelijk verwijzingen opgenomen naar websites, boeken, tijdschriften, etc. met meer specifieke informatie.

De door de auteur gebruikte literatuur is weergegeven in de boekenlijst. Daarnaast worden honderden websites bekeken op bruikbare informatie. De spaarzame maar geschikte bronnen die zich specifiek richten op het ontstaan en ontwikkeling van de Moderne Abstracte Kunst zijn:

  • Belgischekunst.be. gebaseerd op de boeken Aspecten van de Belgische Kunst na ’45 van Willem Elias.
  • Kunstbus.nl is opgezet Guus Jurcka en Jacobine Feekes.
  • Carel Blotcamp | Prof. | Kunsthistoricus.
  • Panta Rhei, Elvira Daeter, Constructivistische, Geometrische, Abstracte Kunst en MADI-art in de 21ste eeuw en Elvira Daeter, auteur Ben Daeter
  • Abstracte Kunst, Dietmar Elger, kunstgeschiedenis deskundige,  2009, uitgever Taschen.
  • Kunst-modernisme.blogspot.nl.

 

2. Ontstaan van Abstracte Kunst (bronteksten In bewerking)

Begin van de twintigste eeuw, vooral in de eerste twintig jaar is er sprake van een snelle ontwikkeling, ontstond een non-figuratieve kunst ontstaat. Hilma af Klint begon met het maken van radicaal abstracte schilderijen in 1906. Ook bekende kunstenaars hebben die stap gezet zoals Kandinsky, Malewitsj, Mondriaan. Het werk van deze laatste drie schilders worden op verschillende plekken in Europa tentoongesteld en maakt het veel indruk.

De eerste wereldoorlog heeft grote invloed gehad op de Europese cultuur. Ook kunstenaars zijn in die oorlog omgekomen of hadden ingrijpende ervaringen. Zo zijn veel Italiaanse Futuristische kunstenaars in die jaren omgekomen.

Tussen de twee wereldoorlogen en de jaren na 1929, de grote crisis, treedt er in het denken over non-figuratieve kunst een reactie in. Dat geschiedt op zeer verschillende niveaus. Het Surrealisme neemt een aanvang in 1924. Binnen deze stroming zijn er veel kunstenaars die figuratief werken (Dali, Delvaux, Magritte). Daarnaast zijn er een aantal schilders buiten deze stroming die ook meer figuratief werken (In Nederland bijvoorbeeld Willink, in Duitsland Otto Dix).

Hitler bedrijft een politiek die sterk gekant is tegen hedendaagse kunst. Het wordt ‘Entartete Kunst’ genoemd en op allerlei manieren verboden en geboycot. Onder Stalin ontstaat er in Rusland een Socialistisch Realisme nadat er in de jaren rond de Russische Revolutie een zeer progressieve stroming, het Constructivisme, had gebloeid. We zien in veel landen en op allerlei manieren het revolutionaire begin van de twintigste eeuw omslaan in een meer behoudende cultuur. Vlak voor de tweede wereldoorlog zijn er veel kunstenaars uitgeweken naar de Verenigde Staten.

Van een kunstproductie kon er in de jaren van 1940 tot 1945 uiteraard geen sprake zijn. Na de tweede wereldoorlog kwam er ondanks de sombere overwegingen en de deprimerende puinhopen een nieuw elan, waarbij de revolutie van het begin van de twintigste eeuw in een nieuwe vorm wordt herhaald. Alleen zien we nu dat die ontwikkeling niet meer het maatschappelijke elan heeft van vroeger. Het is meer een ontwikkeling die mede ondersteund wordt door kunstcritici en musea. De kunstenaars van het begin van de twintigste eeuw schreven hun manifesten, traktaten en boeken. Na de tweede wereldoorlog geschiedt dat niet meer in die omvang.

Nieuwe kunstcentra Vanaf de zestiende eeuw was Rome het centrum geweest van de kunst. Kunstenaars uit alle hoeken van Europa trokken naar Rome om daar voor enige jaren te studeren als een noodzakelijke voltooiing van hun studie. Dat geschiedt nog tot in de achttiende eeuw. In die tijd werd een reis door Europa met als hoogtepunt een bezoek aan Rome een vast onderdeel van een goede opvoeding. In de negentiende eeuw werd Parijs het kunstcentrum van Europa. Kunstenaars die roem wilden vergaren en de nieuwste ontwikkelingen wilden meemaken trokken naar Parijs. Dat is zo gebleven tot aan de tweede wereldoorlog. Na 1945 is er een kunstcentrum bij gekomen dat op den duur zelfs meer gewicht kreeg. New York werd het centrum waar grote ontwikkelingen vandaan kwamen. Geïnspireerd door de vele gevluchte kunstenaars uit Europa en door een actieve cultuurpolitiek in de jaren dertig ontwikkelde zich een school van expressief werkende kunstenaars in New York: Het abstract expressionisme. Vanaf die tijd is New York een belangrijk kunstcentrum geworden. De beeldende kunst zoals die in Europa was ontwikkeld beperkt zich niet meer alleen tot Europa maar begint zich ook te ontwikkelen op andere continenten. De laatste jaren is die ontwikkeling versneld doorgegaan. Naast het ontstaan van nieuwe kunstcentra is kunst ook meer en meer een internationaal, mondiaal discours geworden van tentoonstellingen, discussies en musea.

Expressie, constructie en fantasie We kunnen de kunst van de twintigste eeuw indelen aan de hand van drie begrippen. Expressie Sommige schilderijen tonen het handschrift van de maker. We kunnen de betrokkenheid van de schilder ervaren bij het gebruiken van het materiaal en het toepassen van de techniek. De eerste indruk die we krijgen is dat het schilderij ook een registratie is van de stemming van de maker. Dergelijk werk lijkt de expressie centraal te stellen. Deze beweging begint in de eerste tien jaar van de twintigste eeuw. Daar de volgende groeperingen bij: Duitse Expressionisme: Die Brücke, met o.a.. Kirchner, Der Blaue Reiter, met Kandinsky, Klee, Franz marc enz. , de schilders Nolde en uit Oostenrijk Schiele en Kokoschka. In Frankrijk het Fauvisme met Matisse, Derain, Dufy, Marquet enz. , daarnaast Rouault en Soutine.

Constructie Werk kan ook de indruk wekken dat het de kunstenaar vooral ging om een spel met de ruimte, een zoeken naar een evenwicht, het oplossen van een formele vraag. Dit werk lijkt vooral te gaan om de constructie. Veel van dit werk is opgebouwd uit geometrische vormen. Een persoonlijk handschrift is niet het eerste wat opvalt. Hieronder vallen een groot aantal stromingen die verwant zijn aan het Kubisme: Kubisme met Picasso en Braque, later Delaunay, Gris, Léger, enz. Constructivisme met Malewitsj, Tatlin, Lissitsky Futurisme met Balla, Carra, Severini De Stijl, Mondriaan, Van Doesburg

Fantasie Sommige kunstenaars maken gebruik van beelden uit de traditie en uit de literatuur. Ze tonen situaties uit dromen of herinneringen. Vaak plaatsen ze dergelijke beelden in werk waar en nieuwe uitdrukking ontstaat door onverwachte, op het eerste gezicht onlogische combinaties. Je zou kunnen zeggen dat het hier eerder gaat om de fantasie van de maker. Vooral stromingen die verwant zijn aan het Surrealisme: Dali, Magritte, Delvaux, maar ook een schilder als Chagall

Iedere kunstenaar heeft uiteraard alledrie nodig. Het gaat om accentverschillen.

De grote vernieuwing in de kunst Voltrok zich in het begin van de vorige eeuw via expressie en constructie. Expressionisme en Kubisme. Fantasie kwam vooral later aan de orde vanaf het Surrealistisch manifest in 1924. Na de tweede wereldoorlog ontwikkelt zich uit het Surrealisme een expressionistische stroming in de VS (Abstract Expressionisme) en in Europa (Cobra) Deze stromingen monden daarna uit in twee richtingen: Fantasie: Pop Art Constructie: Hard Edge Expressie 1905 – 1910: expressionisme Constructie 1900: kubisme, constructivisme Fantasie: surrealisme 1924 Na de tweede wereldoorlog Expressie: abstract expressionisme, cobra Fantasie jaren ’60: pop art Constructie jaren ’60: hard edge, minimal art

Aan het ontstaan van de Abstracte Kunst zijn drie verschillende gebieden gebonden: Oekraïne / Rusland (Constructivisme), Frankrijk (Expressionisme) en Amerika (Abstract Expressionisme). Later kwamen er ook in Azië en Afrika abstracte ontwikkelingen.

De Abstracte Kunst ontstond in alle gevallen uit de kennelijke behoefte van de kunstenaars om zich los te maken van de weergave van de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid, die men al vindt in het impressionisme, het fauvisme en het expressionisme, waar expressie, vorm en kleur zich reeds begint te verzelfstandigen.

In aansluiting hierop ontwikkelden zich talloze aparte richtingen, die hun basis vinden vanuit het Constructivisme, Expressionisme, Geometrisme, Minimalisme of Colorisme.

De Abstracte Kunst in Europa ontstond binnen de sfeer van vernieuwing Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk tussen 1860 en 1900. De impressionisten en de expressionisten verwierpen langzamerhand de tradities van de kunstacademies. Een groeiend aantal kunstenaars stapten over van een objectieve weergave naar een subjectieve interpretatie  van de waarneming. Er ontstonden beeldende kunstvormen waarbij geen zichtbare werkelijkheid meer te herkennen is, maar waarin vorm, kleur, lijn en materiaal voor zich spreken.

In de jaren dertig was Parijs FR het belangrijkste centrum van de Abstracte Kunst. In de door Michel Seuphor opgerichte kringen Cercle et Carré en Abstraction-Création waren zowel kunstenaars van de geometrisch-abstracte richting als die van de abstractasurrealistische vertegenwoordigd. Theo van Doesburg publiceerde in 1931 zijn Manifeste de l’art concrète, waarin hij de basis legde voor kunst waarin kleuren, lijnen, vormen en materialen alleen nog worden gebruikt om hun zelfstandige eigenschappen.

Dit zijn allemaal slechts schema’s. Een individuele kunstenaar of een specifiek kunstwerk zal doorgaans nooit volledig in een indeling passen!

Tijdsverloop ontstaan Abstracte Kunst

  • 1904, Een van eerste belangrijke abstracte creaties werden gemaakt door de Franse schilder Paul Cézanne, toen hij in zijn Arlésiaanse landschappen met de Mont Sainte-Victoire een onverbloemd kubistisch-abstraherende toets bracht.
  • 1906, Hilma af Klint schilderde haar eerste serie abstracte schilderijen.
  • 1907, Het Russische koppel Michail Larionov en Natalja Gontsjarova maakte abstracte werken die bekend werden als Rayonisme.
  • 1907, Eerste abstracte compositie van de Rus Wassily Kandinsky (De anekdote wil dat Kandinsky viel voor abstractie omdat hij toevallig één van zijn eigen dorpsgezichten omgekeerd bekeek.
  • in 1910 het schilderij Caoutchouc van Francis Picabia.
  • 19??, De Amerikaan Arthur Dove kwam aan bod met enkele non-conformistische abstracte prestaties naar een lyrische conceptie van de natuur.
  • 1908, De Roemeen Constantin Brancusie bracht met zijn De kus een marmerplastiek tot eenvoudige vormen terugbracht.
  • 1908, De Nederlander Piet Mondriaan kwam met zijn Rode Boom een sterk naar abstractie neigend expressionisme.
  • 1915, De Rus Kasimir Malevitch met zijn theorie ‘Suprematisme‘. Radicale beperking naar uitsluitend basisvormen. Zijn centrale kunstwerk hierin was het Zwart vierkant.

 

In Vlaanderen en Nederland bleef de invloed van de abstracte kunststromingen ten tijde van het interbellum relatief beperkt ten opzichte van de landen eromheen. Het Modernisme van kort na de Tweede Wereldoorlog kan worden gezien als een reactie van wantrouwen van de westerse wereld jegens haar eigen cultuur, die in korte opeenvolging twee wereldoorlogen had voortgebracht. In het modernistische kunst voelde men een sterke behoefte om van voren af aan opnieuw te beginnen en letterlijk alle bestaande waarden te herzien en te herdefiniëren. Pas na 1950 werden de bijbehorende ideeën en principes echter ook in Nederlands taalgebied op grote schaal toegepast.

3. Definitie Abstracte Kunst
Abstractie komt van het Latijnse woord abstráhere = weglaten. Abstraheren is het weglaten van niet essentiële informatie of aspecten om de meer fundamentele structuren van het object zichtbaar te maken. Lees daarover eens het artikeltje over abstraheren met Piet Mondriaan.
Als introductie eerst een filmpje met uitleg van de abstracte kunst.

In de literatuur worden vele definities van abstracte kunst gegeven met onderling zeer grote verschillen. Een veel gebruikte definitie: “Abstracte kunst duidt een voorstellingswijze aan die afziet van elke relatie tot de zichtbare werkelijkheid en die als middelen slechts gebruik maakt van de kleur, de vorm en de lijn”.

Na een uitgebreide literatuurstudie, een poging tot een meer eenduidige beschrijving:

‘”Abstracte kunst is een stroming die de werkelijkheid geabstraheerd weergeeft of de werkelijk volledig vermijd. Er wordt vrijelijk gebruik gemaakt van de beeldelementen kleur, lijn, vorm, ritme, toonwaarde, textuur, volume en compositie”.  Abstracte kunst is daarmee het tegengestelde van de figuratieve kunst die juist de werkelijkheid zo realistisch mogelijk wil weergeven zowel in vorm als kleur.

Deze definitie geeft al aan dat de abstracte kunst zich in verschillende richtingen heeft ontwikkeld:

  • Het geabstraheerd weergeven van de werkelijkheid (Figuratieve Abstractie).
  • Het expressief weergeven  van een gedachtenexperiment (Expressieve Abstractie).
  • Het geometrisch weergeven van een gedachtenexperiment (Geometrische Abstractie).
  • Het minimaal weergeven van een gedachtenexperiment (Minimalistische Abstractie).

Omstreeks 1950 kregen de verschillende stromingen binnen het Modernisme duidelijker vormen. De Abstracte Kunst, als verzamelnaam voor een aantal stromingen, ontstond.

Kenmerken van Abstracte Kunstwerken

Een vrij gevoel voor ordening. De ordening laat veel ruimte open voor interpretatie, aanpak en uitwerking. Aan lijnen, kleuren, vlakken of vormen worden in een heldere structuur van richtingen, openingen, clusters of volumes persoonlijke waarden gegeven die aan maat en vorm veel ritmische en ruimtelijke beleving toevoegen

4. Abstracte kunststromingen
4.1. Structuur in het Modernisme en abstracte kunststromingen

In de vakliteratuur is een veelheid van termen beschikbaar om een beeldend kunstenaar en/of kunstwerk in een bepaalde abstracte kunststroming onder te brengen. Veel van die termen zijn overlappend, onduidelijk of zijn onderdeel van een andere kunststroming. Deze kunststromingen zijn vaak gekoppeld aan een groep kunstenaars en/of tijdsperiode. De gebruikte termen eindigen vaak met het toevoegsel ‘isme’ zoals Figurisme. Het zal echter duidelijk zijn dat, nadat een kunstgroep of periode voorbij was, de creatie van kunstwerken in diezelfde stijl is doorgegaan. Immers ook in de ‘Hedendaagse’ beeldende kunst wordt veel abstract werk gemaakt.

Onderstaand is een poging gedaan om de Abstracte stromingen binnen de Moderne Kunst zo eenvoudig mogelijk in te delen en zo een logisch structuur te geven in de vier hoofdstromingen van de Abstractie. In deze website wordt deze indeling gebruikt als ‘kapstok’.

De indeling suggereert een duidelijke scheiding tussen de kunststromingen; dat is echter geenszins het geval, er zijn vele overlappingen. Daar komt nog bij dat een kunstenaar vaak meerdere kunststromingen doorloopt. In feite behoren dus de kunstwerken tot een bepaalde stroming en niet de kunstenaar.  Daar komt nog bij dat in de literatuur nog vele andere benamingen voorkomen voor al dan niet dezelfde stromingen terwijl ook nog vele onderstromingen, met de meest prachtige namen, worden onderscheiden.

1. Modernisme (1875).
1.1. Impressionisme.
1.2. Expressionisme (Niet volledig).
1.2.1. Fauvisme.
1.2.2. Tachisme (CoBrA, Art Informel, Art Brute, Art Autre, Outsiders Kunst).
1.2.3. Kinetische kunst.


1.3. Abstractie

(Synoniem of inbegrepen: Abstracte kunst, Essentiele kunst,  Abstrait, Non-Objective Painting en exclusief de moderne kunsten als Impressionisme, Expressionisme, Fauvisme, Tachisme (CoBrA), Art Informel, Art Brute, Art Autre, Outsiders Kunst, Dadaïsme, Surrealisme, Popart etc).

1.3.1. Figuratieve Abstractie


1.3.1.1. Kubisme | FR | 1905 – 1920 | Schilderijen, Sculpturen.
Juan Gris, Portret Picasso, 1912, Olie op doek(Synoniem of inbegrepen: Geometrisch Kubisme)
De Kubisten gingen er van uit dat de hele natuur is opgebouwd uit geometrische grondvormen waardoor alles wat we zien kan worden herleid tot cilinders, kegels, kubussen en bollen. De vroege kubisten zetten dit zeer letterlijk in beelden om, ze reduceerde alles wat ze wilden verbeelden tot basiselementen. Bij het kubisme staat de vorm niet meer in verhouding tot de werkelijkheid. Kenmerkend is de combinatie van verschillende gezichtspunten wat het opdelen van vaste volumes in een veelheid van fragmenten of facetten tot resultaat heeft.
.


1.3.1.2. Abstract Figurisme | EU | 1910 – Heden | Tekeningen, Schilderijen, Sculpturen.
Henry Moore(Synoniem of inbegrepen: Abstracte Figuratie, Naturel Abstracten, Nieuwe Visie, Nieuwe Figuratie)
Het Abstract Figurisme streeft naar de combinatie van abstractie en figuratie. De figuratieve elementen van de werkelijke vormen worden geabstraheerd in vorm en kleur maar wel expressief aangegeven. De vorm wordt in het werk teruggebracht tot de essentie van wat de kunstenaar over het onderwerp wil vertellen, waardoor de toeschouwer de ruimte om zijn fantasie te laten gaan. Dat de vorm daar niet onder mag lijden zal duidelijk zijn, want vooral bij portretten is gelijkenis (en dus vorm en verhouding) van belang.


Orphisme, de Launay1.3.1.3. Orphisme | FR | 1910 – 1913.
(Synoniem of inbegrepen: Orphisch kubisme, Peinture Pure)
Onder Orphisme verstaat men de kunst om nieuwe composities op te bouwen uit nieuwe elementen, die niet aan de zichtbare wereld zijn ontleend, maar geheel door de kunstenaar zijn geschapen en bezield worden tot volkomen werkelijkheid. Essentieel is het verloop van de kleuren en de kleurspanningen binnen het scala van de kleurencirkel in de compositorische ordening. Orphisme  is een overgangsvorm van het (figuratieve) Kubisme naar een meer abstracte kunstvorm die de zintuiglijke wereld als basis blijft behouden voor de kunst.


1.3.1.4. Futurisme | IT | 1909 – 1914 | Schilderijen, Sculpturen.
(Synoniem of inbegrepen: ….)
Umberto Boccioni, Forme uniche della continuità nello spazio, 1913Het Futurisme was een van oorsprong Italiaanse beweging en kunststroming ontstaan uit het kubisme. Het Futurisme laat enthousiasme en fascinatie voor machines zien. Het machinetijdperk wordt verheerlijkt. Alle traditionele opvattingen van wat mooi is in een kunstwerk worden overboord gegooid en in plaats daarvan wordt de schoonheid van de techniek centraal gezet.  De futuristen kregen echter door de Eerste Wereldoorlog een flinke klap in hun gezicht, toen ze zagen wat de techniek aan kon richten. Op dat moment was het vrijwel gedaan met de stroming.
Enkele kenmerken van het futurisme zijn snelheid, energie, agressie, krachtige lijnen, vooruitgang en nieuwe technologie.


Vorticisme1.3.1.5. Vorticisme | GB | 1912 – 1915 | GB | Schilderijen.
(Synoniem of inbegrepen: ….)
Het Vorticisme is een kunststroming die gekenmerkt wordt door geometrische abstractie, scherp omlijnde, tweedimensionale vormen en vlakke, heldere kleuren. Deze avant-garde  ontstond uit het kubisme maar evolueerde naar het futurisme. De term Vorticisme is afgeleid van het Latijnse vortex dat draaikolk of wervelwind betekent. In tegenstelling tot het Kubisme waar de kubus het basismodel is, zijn in deze stroming holle en bolle vormen belangrijk. Het Vorticisme wordt beschouwd als de enige Britse avant-gardebeweging die een oorspronkelijke bijdrage aan het Europese Modernisme heeft geleverd.


1.3.2. Expressieve Abstractie (vanaf ca. 1905)


1.3.2.1. Abstract Expressionisme | US/EU | 1905 – Heden | Schilderijen, Sculpturen.
Abstraction, Willem de Kooning, (1950)(Synoniem of inbegrepen:)
Richt zich op de beeldende mogelijkheden van het schilderen, zonder zich daarbij te bekommeren om figuratieve elementen. Expressiviteit en improvisatie zijn kenmerkend voor deze stroming. Veel expressionisten gebruiken grote doeken en brengen de verf snel en krachtig aan, waarbij zij soms paletmessen of grote penselen gebruikten. Anderen volgden een iets rustiger, mystieke benadering voor een zuiver abstracte afbeelding, soms tegen het Lyrisme aan.


1.3.2.2. Lyrisme | FR | 1946 – Heden | Schilderijen.
Christine-Boumeester-Pastel-1938(Synoniem of inbegrepen: Lyrische Abstractie)
Lyrism kenmerkt zich door spontane improvisatie en de directe uiting van gevoelens. Op impulsieve wijze ontstaat er een onvoorspelbare en grillige vormentaal, die emotioneel geladen is. De kunstenaar wordt primair geleid door zijn spontane associaties. De stijl is erg herkenbaar en bestaat uit niet omlijnde vormen, vlekken en verfstreken.

.

.


1.3.2.3. Abstract Colorisme | US | 1920 – Heden | Schilderijen | Modern, Hedendaags.
MarkRothko1(Synoniem of inbegrepen: Post-painterly abstraction, Colourfield Painting).
Meestal bestaan de schilderijen uit grote, min of meer monochrome kleurvlakken die extra expressiviteit krijgen omdat ze laag over laag worden opgebouwd. Mark Rothko ontwikkelde de formule, “Ik streef ernaar ingewikkelde gedachten eenvoudig weer te geven”. Vaak in veelvormige vlakken, in egale kleuren en onderling verschillend in hoogte of breedte, worden zodanig op doek gebracht, dat ze in eindeloosheid lijken te zweven en de indruk wekken niet te worden beperkt door de begrenzing van het doek.

.


1.3.2.4. Action Painting | US | 1945 – Heden| Schilderijen | Modern, Hedendaags.
(Synoniem of inbegrepen: ….)
Manier van werken waarbij de handeling van de kunstenaar uitgangspunt is en waarbij de schilder geconfronteerd wordt met het schilderij als de voornaamste werkelijkheid, die hij brutaal te lijf gaat. De kunstenaar probeert de actie, de geste van het maken, op het doek over te brengen. Het werk is een herinnering aan de handeling, de actie, bijvoorbeeld het ritmisch drippen van verf ‘over all’ op een groot doek.


1.3.3. Geometrische Abstractie (vanaf ca. 1913)


1.3.3.1 Constructivisme | UA/RU | 1913 – 1922 | Schilderijen, Sculpturen, Constructies | Modern.
Kasimir Malevitch, 1916-17, Olie op doek 80 cm x 80 cm, Fine Arts Museum, Krasnodar(Synoniem of inbegrepen: ….)
Het Constructivisme verwerpt de traditionele denkbeelden over kunst en vindt zijn inspiratie in de vormen en processen van de technologie. Dit geldt voornamelijk assemblages of sculpturen die ‘geconstrueerd’ worden uit industriële onderdelen en materialen. Abstracte vormen worden gebruikt om bouwsels te creëren die doen denken aan machines en die op bijna bouwkundige wijze in de ruimte werden geplaatst. Volgens quasi mathematisch-technische principes worden vooral geometrische vormen in compositie gebracht en wordt afgezien van enige subjectieve expressie.


1.3.3.2. Suprematisme | UA/RU |1913 – 1930 | Schilderijen | Modern.
Kasimir Malevitch, 1915, Olie op doek, Stedelijk Museum Amsterdam(Synoniem of inbegrepen: ….)
Waar Constructivisten zien dat het gehele leven door de techniek beheerst wordt, geloven de suprematisten dat het gevoel de techniek in het leven roept. Het Suprematisme werkt vooral met geometrische figuren zoals vierkant, cirkel, rechthoeken en zuivere kleuren, wit en zwart. De weergave van zowel voorwerpen als ideeën werd volkomen afgewezen.

.

.


1.3.3.3. Neoplasticisme | NL | 1917 – 1925 | Modern | Schilderijen, Meubelen, Architectuur.
(Synoniem of inbegrepen: Nieuwe Beelding, De Stijl)
Het Neoplasticisme is, in de groep De Stijl, verder gegaan met abstraheren door te werken met primaire geometrische vormen en primaire kleuren en daarbij ornamenten, versieringen en illustratieve figuren te vermijden. Doel van het Neoplasticisme is dan ook om de werkelijkheid in zijn elementaire vorm weer te geven. initiators van De Stijl waren Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en Bart van der Leck.

.


1.3.3.4. Concretisme | FR/NL | 1930 – Heden | Modern, Hedendaags | Schilderijen, Reliëfs, Beglazing, Muurschildering.
Max Bill(Synoniem of inbegrepen: Elementarisme, Concrete Kunst, Geometrisch Concreet, Systematische Kunst, Mathematisch-Geometrisme, Art Concreet, Hedendaags Constructivisme*).
Volgens het manifest van Art Concret (Theo van Doesburg) is de kunst universeel en moet een kunstwerk vooraf bedacht zijn. Een schilderij moet uit heldere picturale elementen opgebouwd zijn (vlak en kleur), die alleen naar zichzelf verwijzen. In de kunstwerken is er een nadruk op echte materialen en echte ruimte, en een voorliefde voor rasters, geometrische vormen en gladde oppervlakken. De kunstenaars zijn vaak geïnspireerd door wetenschappelijke concepten of wiskundige formules.

  • Opmerking: Binnen de Geometrische Abstractie wordt de term de term Constructivisme gebruikt. In de meeste vakliteratuur en in deze website wordt hiermee bedoelt de oorspronkelijke (modernistische) abstracte kunstwerken die vaak zijn samengesteld (in elkaar gezet) uit losse, fysieke en abstracte elementen. Daarnaast werden er schilderijen gemaakt die geconstrueerd werden door het samenstellen van geschilderde elementen. Om onduidelijkheid en vergissingen te voorkomen wordt in deze website uitsluitend de term Constructivisme gebruikt voor de modernistische kunstenaars / kunstwerken van Oekraïens / Russische oorsprong. De hedendaagse Geometrisch Constructivistische kunstwerken worden gerekend tot het Concretisme.

Toelichting: In de wereld van het wetenschappelijk onderzoek en de filosofie wordt het begrip Constructivisme gebruikt als tegenpool van het Realisme. Getransplanteerd naar de Beeldende kunst krijgen we dan: Abstract versus Realisme. Kennelijk wordt de term (hedendaags) Constructivisme gebruikt als  synoniem voor Concretisme.


1.3.3.5. Spatial Concretisme | UA | 1945 – Heden | Schilderijen, Reliëfs, Sculpturen, Objecten | Modern, Hedendaags (Concept).
(Synoniem of inbegrepen: MADI-art)
Spatial Concretisme is de concept benaming van abstract geometrisch ruimtelijke kunst. Kunst  die het oppervlak ontstijgt. In deze website soms  nog aangeduid met ‘Concretisme (Constructed)’. Deze tekst wordt nog nader uitgewerkt. Zie de webpagina.

 

 


1.3.3.6. Op-Art | FR | 1963 | Schilderijen, Sculpturen | Modern, Hedendaags..
(Synoniem of inbegrepen: Optische kunst, Optical Art.
Op-Art is een richting in de schilderkunst van de 20e eeuw die bekend werd in de jaren 1963-1966. De term is een afkorting van het Engelse begrip Optical Art. Op-Art speelt een spel met verschillende optische illusies. Op-Art is een zeer toegankelijke kunstvorm; ook minder ervaren kunstkijkers worden er direct door aangesproken. De kunstenaars die gerekend worden tot de Op-Art maken werk met sterke licht-donker contrasten, vibrerende kleuren, moiré-patronen en composities die tijdens het kijken lijken te bewegen.


1.3.4. Minimalistische Abstractie (vanaf ca. 1955)


1.3.4.1. Abstract Minimalisme | DE/US | 1955 – Heden | Modern, Hedendaags | Tekeningen, Schilderijen, Sculpturen, Objecten
Minimalisme (Expressief,Geometrisch)(Synoniem of inbegrepen: Postminimalisme.)
Een abstract minimalistisch kunstwerk is  abstract, geometrisch, monochromatisch, zonder expressie of verfraaiing. Bestaat uit eenvoudige materialen die ongecompliceerd zijn samengevoegd. Er worden de volgende type’s onderscheiden: Geometrie, Vlak, Ruimtelijk en Reliëf. Bij het Abstract Minimalisme wordt de vorm van kunstwerken tot in het extreme gereduceerd. Het ontstaan van de stroming was een reactie op het hoogtij vierende Abstract Expressionisme.

 

 


1.3.5. Overige Abstractie


1.3.5.1. Abstract Speciaal
Abstracte kunstuitingen die niet passen in één van de andere abstracte kunststromingen.


1.3.5.2. Abstract Divers
Wordt aangegeven indien een kunstenaars meerdere (2+) aangegeven abstracte kunststromingen toepast.


1.4. Conceptuele kunst (Niet volledig).
1.4.1. Dadaïsme.
1.4.2. Surrealisme. 
1.4.3. Popart.
1.5. Nieuwe Figuratie.

5. Moderne en/of Hedendaagse Abstracte Kunst

Kortgezegd is ‘Hedendaagse kunst’ de kunst die nu wordt gemaakt.

Kunstkenners hebben de behoefte om kunststromingen in opeenvolgende perioden in te delen. De verscheidenheid in kunststromingen is sinds het ontstaan van het impressionisme echter zo groot dat dat niet goed mogelijk is. Het ontstaan van een kunststroming vaak wel te lokaliseren en te dateren. Een jaartal vaststellen voor het einde (als dat er al is) is een stuk minder eenvoudig.

Men kan zich dan ook met recht met recht afvragen of de term ‘Modernisme’ wel aan tijd gebonden is en dat die tijd niet ‘al voorbij’ is. Daar komt nog bij dat nog veel kunstenaars met het etiket ‘Modernist’ nog leven en actief kunst maken en dus ook ‘Hedendaags’ zijn. Conclusie is dan ook dat de termen Moderne- en  Hedendaagse Abstracte kunst ongelukkig zijn gekozen. Eigenlijk zou dus in deze website geen onderscheid gemaakt moeten worden. De vraag is dan wel welke term we dan zouden moeten uitvinden.

Om het eenvoudig te houden worden deze termen toch gebruikt om aan te geven of de het werk/kunstenaar tot de ‘klassieke’ Abstractie behoord of tot het Hedendaagse. Minder aardig omschreven; is de kunstenaar overleden dan is zijn werk ‘Modern’, is de kunstenaar nog actief dan noemen we de kunst/kunstenaar ‘Hedendaags’. Kortgezegd Hedendaagse kunst de kunst die nu wordt gemaakt.

6. Kunstgroepen van de Abstracte Kunst

Veel  kunstenaars verenigen zich in Kunstgroepen en Kunstverenigingen. De Kunstgroepen richten zich op de inhoudelijkheid van de kunststromingent. De Kunstverenigingen richten zich in het algemeen meer op de belangenbehartiging van de aangesloten kunstenaars. De webpagina Kunstgroepen geeft een overzicht van de bekendste groepen en verenigingen.

7. Kunstrelaties

Onlangs is het begrip ‘Kunstrelaties’ opgenomen in de gegevens per kunstenaar. Het is interessant om te zien welke kunstenaars met elkaar contact hebben of hebben gehad. Het is de bedoeling dat ter zijner tijd een inzicht kan worden gekregen in de onderling beïnvloeding en het ontstaan van de verschillende kunststromingen.

8. Kunstcentra

Vanaf de zestiende eeuw was Rome IT het centrum geweest van de kunst. Kunstenaars uit alle hoeken van Europa trokken naar Rome om daar voor enige jaren te studeren als een noodzakelijke voltooiing van hun studie. Dat geschiedt nog tot in de achttiende eeuw. In die tijd werd een reis door Europa met als hoogtepunt een bezoek aan Rome een vast onderdeel van een goede culturele opvoeding.

In de negentiende eeuw werd Parijs FR het kunstcentrum van Europa. Kunstenaars die roem wilden vergaren en de nieuwste ontwikkelingen wilden meemaken trokken naar Parijs FR. Dat is zo gebleven tot aan de tweede wereldoorlog.

Na 1945 is er een kunstcentrum bij gekomen dat op den duur steeds meer gewicht kreeg. New York US werd het centrum waar grote ontwikkelingen vandaan kwamen. Geïnspireerd door de vele gevluchte kunstenaars uit Europa en door een actieve cultuurpolitiek in de jaren dertig ontwikkelde zich een school van expressief werkende kunstenaars in New York: Het Abstract Expressionisme. Vanaf die tijd is New York US een belangrijk kunstcentrum geworden. De laatste jaren zien dat Berlijn DE een steeds belangrijker plaats inneemt binnen in Europa.

De beeldende kunst zoals die eerst in Europa en even daarna in Noord Amerika is ontwikkeld begint zich nu ook te ontwikkelen op andere continenten. We mogen verwachten dat onder invloed van Internet, de sociale netwerken en niet te vergeten het nog steeds groeiende luchtverkeer de ontwikkeling van de Hedendaagse Kunst in de metropolen zullen stimuleren.