Introductie Theo van Doesburg:

Theo van Doesburg werd in Utrecht NL geboren als Christiaan Emile Marie Küpper. Hij noemde zich naar zijn stiefvader, Theodorus Doesburg. De jonge Theo van Doesburg wilde schilder en schrijver worden maar volgde geen opleiding.

Theo van Doesburg is vooral bekend als oprichter en redacteur van het tijdschrift De Stijl. Hij was een veelzijdig kunstenaar – schilder, vormgever, architect, typograaf – en hij schreef verhalen gedichten en kunstbeschouwelijke artikelen. Door deze veelzijdigheid, in combinatie met zijn dynamische persoonlijkheid, fungeerde Theo van Doesburg als katalysator binnen de Europese avant-garde. Hij gaf lezingen, organiseerde tentoonstellingen en zette zich, behalve voor De Stijl, in voor diverse andere tijdschriften en kunstenaarsgroepen.


Theo van Doesburg, Sfeer, ca 1916, Olie op doek op paneel, 27 x 37 cm

Theo van Doesburg, Sfeer, circa 1916, olie op doek op paneel, 27 x 37 cm, Stedelijk Museum De Lakenhal Leiden NL.


Biografie:

Zijn vroegst bekende schilderijen zijn twee olieverfschetsen van honden en een olieverfschilderij van een landschap met hooimijten uit 1899. Alhoewel zijn eerste schilderijen meer geïnspireerd lijken door Rembrandt, raakte Theo van Doesburg op een gegeven moment gefascineerd door het werk van Van Gogh en Mathijs Maris.

Om zich te scholen nam Theo van Doesburg in 1901-1902 enkele lessen bij de schilder A.J. Grootens. Feitelijk heeft hij zich als kunstenaar zelf gevormd. Hetzelfde geldt voor zijn schrijverschap. Als Theo van Doesburg twintig is (1903) wordt hij opgeroepen voor militaire dienst.

In 1908, dus op 25-jarige leeftijd, heeft hij in de Haagse Kunstkring zijn eerste tentoonstelling; daar waren 42 tekeningen en schetsen in impressionistische trant tentoongesteld.  Tussen 1908 –  1910 produceerde Theo van Doesburg, geïnspireerd door het werk van Honore Daumier, karikaturen voorzien van commentaar waarvan enkelen gepubliceerd zijn in zijn eerste boek ‘De maskers af!’ (1916).

De vroege schilderijen zijn behoudend, maar Theo van Doesburg bewonderde Vincent van Gogh en Mathijs Maris; vanaf 1909 richtte hij zich meer op de artistieke expressie van emoties.

Vanaf 1912 leverde Theo van Doesburg geregeld letterkundige en kunstbeschouwelijke bijdragen aan het theosofische weekblad ‘Eenheid’, en sinds 1913 ook aan andere week- en dagbladen. Uit deze teksten blijken zijn hoge verwachtingen ten aanzien van de voortschrijdende beschaving die de mensheid naar een vergeestelijkt plan moest voeren.

In het voorjaar van 1913 begon hij waardering te krijgen voor de abstracte schilderkunst. Mede door Wassily Kandinsky’s ‘Das Geistige in die Kunst’ en zijn autobiografie ‘Rückblicke 1901-1913’, besefte hij dat de modernen net als hij streefden naar een spirituele kunst. Werk van deze schilder zag hij in 1914, op de voorjaarstentoonstelling van ‘De Onafhankelijken’ in Amsterdam NL.

Vanaf 1 augustus 1914, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd Theo van Doesburg gemobiliseerd te Alphen NL, in de buurt van Tilburg NL.

In 1915 maakte hij kennis met onder andere Piet Mondriaan. De nieuwe contacten zetten hem aan tot een explosieve activiteit: hij wilde de krachten van de Nederlandse ‘Modernen’ bundelen in een kunstenaarsvereniging en een tijdschrift oprichten waarin de nieuwe ideeën konden worden geventileerd. Aan schilderen kwam hij niet toe. Wel maakte hij tekeningen en pastels en schreef hij gedichten.

Van zijn vriend, de architect J.J.P. Oud, kreeg Theo van Doesburg zijn eerste opdracht op het gebied van architectuur. In augustus 1916 liet de architect hem een ontwerp maken voor een glas-in-lood raam voor de burgemeesterswoning in Broek in Waterland NL, ‘Glas in lood Kompositie I’. Vanaf 1917, het jaar dat hij naar Leiden NL verhuisde, kreeg hij vaker opdrachten voor glas-in-lood, wederom van Oud, maar ook bijvoorbeeld van de architect Jan Wils. Daarnaast kreeg hij andere opdrachten op het gebied van architectuur. Zo ontwierp hij tegelvloeren, delen van gevels, interieurs en een monument voor Leeuwarden NL.

Op 24 maart 1916 werd onder andere door Theo van Doesburg in Amsterdam NL ‘De Anderen’ opgericht, een vereniging die tot doel had de artistieke en maatschappelijke belangen van de meest moderne beeldende kunstenaars te behartigen. Het bestuur van deze vereniging bestond naast Theo van Doesburg uit Erich Wichman, Johan Tielens, Louis Saalborn en Phocas Fokkens. Bij de oprichting van ‘De Anderen’ wordt een tentoonstelling georganiseerd in de Haagse Kunstzaal D’Audretsch. Theo van Doesburg toonde daar zijn eerste kubistisch aandoende schilderijen.

In 1916 werd ook de kunstenaarsvereniging opgericht ‘De Sphinx’. Ook bij de deze in Leiden NL opgerichte vereniging hoorde Theo van Doesburg tot de initiators. Doel van ‘De Sphinx’ was  meer samenwerking te krijgen tussen architecten en kunstenaars die werkzaam waren op andere terreinen. Architect J.J.P. Oud was voorzitter van ‘De Sphinx’ en Theo van Doesburg tweede secretaris. Tijdens avonden van deze club droeg Theo van Doesburg gedichten uit eigen werk voor.

In de tweede helft van 1916 ging hij definitief over tot een vlakke, geometrisch-abstracte stijl, verwant aan die van de kunstenaar Vilmos Huszàr, die hij bij ‘De Anderen’ ontmoette, en aan de geabstraheerde schilderijen van Bart van der Leck.

Mede om de nieuwe kunst bekend te maken, richtte Theo van Doesburg in de zomer van 1917 het tijdschrift ‘De Stijl’ op. Het eerste nummer van het tijdschrift verscheen in oktober van dat jaar, het laatste in 1932. Hijzelf was de enige redacteur. Zijn medestanders waren Mondriaan, Huszar, Bart van der Leck, de Belgische schilder/beeldhouwer Georges Vantongerloo en de architecten J.J.P. Oud, Jan Wils, Robert van ’t Hoff en Gerrit Rietveld.  De Stijl zette zich in voor een nieuwe kunst in een nieuwe, betere wereld. De gelijkwaardige samenwerking tussen schilders en architecten was daarbij een belangrijk doel. Piet Mondriaan formuleerde de kenmerken van de nieuwe schilderkunst:

  • Elkaar loodrecht kruisende lijnen.
  • Primaire kleuren plus zwart, wit en grijs.
  • De abstrahering van een motief,

Theo van Doesburg, Contra-compositie V, 1924

Theo van Doesburg, Contra-compositie V, 1924.

Hoewel vanaf 1918 aan Theo van Doesburgs schilderijen niet meer valt af te lezen wat het uitgangspunt was, laten studies zien dat ze zijn gebaseerd op de zichtbare werkelijkheid; een vrouwenportret bijvoorbeeld, of een danspaar. In zijn glas-in-lood ontwerpen komt  van Theo van Doesburg al een jaar (1917) eerder tot een hoge mate van abstractie, waarbij hij op zijn motief varieert door spiegeling en rotatie.

Theo van Doesburg greep elke mogelijkheid aan om samen te werken met de architecten van ‘De Stijl’. Vanaf begin 1917 ontwierp hij een groot aantal glas-in-lood ramen en later ook tegelvloeren en kleurontwerpen voor interieurs.

Aanvankelijk waren Theo van Doesburgs ontwerpen toevoegingen aan de architectuur en was er geen sprake van gelijkwaardigheid. In 1919, in een woning in Katwijk NL, bracht hij kleurvlakken aan op de wanden, deuren en het plafond die los leken te komen van hun ondergrond en de ruimte daadwerkelijk van karakter veranderden. De meubels voor de kamer waren ontworpen door Gerrit Rietveld.

In de jaren na de Eerste Wereldoorlog was Theo van Doesburg in de gelegenheid zijn idealen en nieuwe kunst snel naar een breder publiek uit te dragen. Vanaf 1918 had hij via ‘De Stijl’ internationale contacten gelegd. In 1920 trok hij zelf de grenzen over. Hij hield een lezingentournee in België, knoopte betrekkingen aan in Parijs – waar hij bij Mondriaan logeerde – en organiseerde een door Nederland reizende tentoonstelling van de Parijse vereniging La Section d’Or.

Kort voor de jaarwisseling 1920/1921 reisde Theo van Doesburg naar Berlijn DE, waar hij vele kunstenaars ontmoette. Vervolgens bezocht hij het Staatliches Bauhaus in Weimar DE, waar hij onmiddellijk mogelijkheden zag zijn opvattingen over kunst uit te dragen. Voor hij daartoe pogingen ondernam, reisde hij terug naar Leiden NL. Een tweede lezingentournee door België, begin 1921, zou hen uiteindelijk naar Weimar DE voeren. Tijdens zijn verblijf daar, van april tot november 1921, kwam het echter niet tot de door Van Doesburg gewenste samenwerking met het Bauhaus.

In 1922, toen Theo van Doesburg afwisselend in Berlijn DE en Weimar DE woonde, leerde hij de Russische architect en beeldend kunstenaar El Lissitzky kennen. Diens werk en opvattingen stimuleerden hem opnieuw diepgaand de mogelijkheden te onderzoeken met kleur, vlak en volume beweging in de ruimte te suggereren. Zijn ideeën hierover zette hij uiteen tijdens de ‘Stijlcursus’ die hij in het atelier van Karl-Peter Röhl, buiten de academie om, aan studenten van het Bauhaus gaf. Het uitblijven van een aanstelling als docent zat hem ondertussen behoorlijk dwars. Ook kon hij zich van tijd tot tijd boos maken over andere kwesties in Nederland, zoals het afbrokkelen van de ‘Stijl’-groep, het gemis aan steun voor de ‘grote zaak’ bij Huszar en Van der Leck, en het uitblijven van een tentoonstelling over ‘De Stijl’.

In mei 1923 was Theo van Doesburg verhuisd naar Parijs FR en al snel kreeg hij kans om z’n ideeën uit te werken. Rosenberg stelde zijn Galerie Líeffort Moderne beschikbaar voor een tentoonstelling van Stijl-architectuur. De tentoonstelling werd gehouden in oktober / november 1923. Theo van Doesburg en Van Eesteren presenteerden drie ontwerpen: een huis annex galerie voor Rosenberg, een particuliere woning en een kunstenaarswoning.

Theo van Doesburg vond in Dada een artistieke vorm om lucht te geven aan zijn frustraties. Met het dadaïsme had hij eerder in Parijs en Berlijn kennisgemaakt. Dada bood hem de ruimte een alternatieve filosofie te ontwerpen waarin hij zowel zijn eigen hoge streven als de nobele doelen van anderen kon relativeren. Hij droeg deze visie onder zijn dada-pseudoniem Aldo Camini vanaf 1921 uit in ‘De Stijl’. Het tijdschrift kreeg een meer gevarieerd karakter. Niet alleen nam hij  dadaïstische teksten van anderen op, hij publiceerde er ook eigen experimentele gedichten, onder meer als I.K. Bonset, een andere nom de plume. Dat hij de maker was van deze afwijkende bijdragen, die ook elders verschenen, onder andere in het door hem zelf met de hulp van Tristan Tzara opgerichte, ‘opvouwbare tijdschrift’ ‘Mécano’ (1922-1923), wilde hij geheimhouden, vooral voor Piet Mondriaan.

Op 25 september 1922  organiseerde Theo van Doesburg een Congres van Dadaïsten en Constructivisten in Weimar DE.

Begin 1923 zette Theo van Doesburg zijn ‘dada-veldtocht’ in Nederland voort, samen met Nelly van Moorsel en de Duitse kunstenaar Kurt Schwitters. Van Doesburg hield een lezing, Wat is Dada?, kurt schwitters las gedichten voor, Huszár trad op met zijn Mechanische dansfiguur en Nelly van Doesburg speelde piano. Ten tijde van de veldtocht werd Moholy-Nagy aangesteld als docent aan het Bauhaus. Theo van Doesburg, die op dit docentschap had gehoopt, keerde in april 1923 naar Weimar DE terug om z’n koffer te pakken.

Daarna meende Theo van Doesburg dat het tijd was de bakens weer eens geheel en al te verzetten. In mei 1923 verhuisde hij naar Parijs FR en al snel kreeg hij kans om z’n ideeën uit te werken. Léonce Rosenberg stelde zijn Galerie L’effort Moderne beschikbaar voor een tentoonstelling van ‘Les Architectes du Groupe’ ‘De Stijl’. De tentoonstelling werd gehouden in oktober/november 1923. Hij wist Oud tot medewerking te bewegen, evenals de architect en meubelmaker Gerrit Rietveld, en de jonge architect Cor van Eesteren. Met de laatstgenoemde werkte Van Doesburg intensief aan ontwerpen en maquettes voor woonhuizen. Van Doesburg en Van Eesteren presenteerden drie ontwerpen: een huis annex galerie voor Rosenberg, een particuliere woning en een kunstenaarswoning.

Tot zijn grote teleurstelling leidde de tentoonstelling niet tot een architectuuropdracht en in 1924 ging hij weer schilderen. Hierin werkte hij de inzichten uit die hij met de architectuurontwerpen had opgedaan en contra-constructies had genoemd. Van belang is vooral de serie voorstudies waarin hij radicaal brak met de manier waarop een schilderij kon worden opgevat en zou kunnen worden opgehangen.

 

Theo van Doesburg, Contra-compositie VII, 1924 Parijs. Museum Lakenhal Leiden.

Theo van Doesburg bedenkt de term ‘Elementarisme’ voor deze schilderijen die hij ‘contra-composities’ (1924 – 1927) noemt, waarbij als basis één van de vier zijden of één van de vier hoeken kan worden gekozen en de kleuren, lijnen en vlakken van de composities op onderlinge, dynamische contrastwerking gebaseerd zijn. Met hun diagonale of elkaar overlappende composities onderstrepen ze het verschil tussen Piet Mondriaan, die vasthield aan een universele waarheid en Theo van Doesburg voor wie beweging essentieel was.

Aanvankelijk had Theo van Doesburg veel contact met Piet Mondriaan maar al snel kwamen verschillen in mening en karakter naar voren die in de correspondentie niet belangrijk waren geweest. Piet Mondriaan zag niets in het toenemende internationalisme van Van Doesburg en keerde ‘De Stijl’ de rug toe. Hierop publiceerde Theo van Doesburg zijn manifest over ‘Elementairisme’, het concept dat hij in 1924 had ontwikkeld.

Theo van Doesburg werd in 1929 vanwege zijn typografische werk door de Hongaarse kunstenaar Laszlo Moholy-Nagy gevraagd deel te nemen aan de tentoonstelling ‘Neue Typographie’ in Berlijn DE. Verder was hij vertegenwoordigd op de ‘Expositions sélectes d’Art contemporain’ in Amsterdam en Den Haag (1929 – 1930). Hij, en zijn echtgenote Nelly, werden in 1930 op indrukwekkende wijze gehuldigd in Spanje, nadat deze tentoonstelling daar was overgenomen.

In 1927 en 1928 werkte Theo van Doesburg samen met Hans Arp en Sophie Tauber als schilder en architect aan de verbouwing van het amusementscomplex Aubette in Straatsburg FR.
Voor de zalen die Theo van Doesburg voor zijn rekening nam, ontwierp hij een decoratie met over de wanden en het plafond doorlopende diagonalen en met rechtstandige kleurvlakken in verschillende materialen. Zo meende hij de integratie van ruimte, kleur en beweging te kunnen realiseren. Het project liep uit op een teleurstelling. Met name op het gebied van materiaalgebruik moest hij concessies doen en groot was zijn teleurstelling toen na de opening in februari 1928 al snel ‘gezellige’ aanpassingen in de ruimtes van ‘L’Aubette’ werden aangebracht. De Aubette bestaat nog en in april 1994 is de restauratie van de interieurs van Theo van Doesburg en Hans Arp voltooid.

In 1928 had Theo van Doesburg grond in Meudon FR gekocht, waarop hij voor zichzelf een atelierwoning naar eigen ontwerp liet bouwen. Deze woning is nu, net als het Theo van Doesburg archief, eigendom van de Nederlandse staat en huisvest elk jaar een andere Nederlandse kunstenaar.

Vanaf 1929 exposeerde Theo van Doesburg regelmatig, maar het Surrealisme vierde hoogtij en het succes bleef uit. Wel kreeg hij in deze periode de aandacht van een jongere generatie kunstenaars. Met vier jongeren richtte hij in januari 1929 de groep Art Concret (Concretisme) op. De groep organiseerde augustus 1930 in Stockholm de tentoonstelling AC. Internationell utställning av post-kubistisk konst. De catalogus bij die tentoonstelling is samengesteld door Otto Gustaf Carlsund en Jean Hélion. In de zomer van 1945 vond in Galerie René Drouin de tentoonstelling ‘Art Concret’ plaats.


Theo van Doesburg, Contra-compositie XVI, 1925, Olieverf op doek, 100 × 180 cm

Theo van Doesburg, Contra-compositie XVI, 1925, olieverf op doek, 100 × 180 cm, Gemeentemuseum Den Haag, Foto Gemeentemuseum Den Haag.


Theo vanDoesburgNaam: Theo van Doesburg, geboren Christiaan Emile Marie Küpper.
Geboren: 30.08.1883, Utrecht NL.
Overleden: 07.03.1931,Davos CH, .
Nationaliteit: Nederlandse.
Woon / werkplaatsen:

  • 1883 – ????, Utrecht NL.
  • 1903 – 1904, Militaire dienstplicht.
  • 1914 – 1916, Mobilisatie.
  • 1916 – 1921, Leiden NL.
  • 1921 – 1922, Den Haag NL.
  • 1922 – 1923, Weimar DE.
  • 1923 – 1924, Parijs FR.
  • 1924 – ????, Mudeo FR.
  • ???? – 1931, Davos CH.

Kunstopleiding: Autodidact.
Toelagen:
Residenties:
Studiereizen:
Functies kunstwereld:
Onderscheidingen: 

  • 1968, Postuum de Sikkens-prijs.

Actieve periode: 1899 – ????.


Vertegenwoordiging: 
Contactpersoon:
Adres:
Telefoon:
Email:
Website:
Emedia : www.youtube.com.


Theo van Doesburg, Glas in lood, Compositie I, 1916-1917
Theo van Doesburg, Glas-in-lood-compositie I, 1916-1917, Vier bovenlichten voor achterdeur huis burgemeester W. de Geus, Broek in Waterland, 1917, Museum de Lakenhal Leiden NL.


Kunstvormen: Schilderijen, Architectuur, Glazenier, Dichter.
Kunststromingen:

  • Neoplasticisme | 1917 – 1925 | Schilderijen, Meubels, Architectuur.
  • Concretisme | FR/NL | 1930 – Heden | Schilderijen, Reliëfs, Beglazing, Muurschildering.

Kunstfasen:

  • 1899 – 1909, Studieperiode.
  • 1909 – 1913, Expressionisme.
  • 1913 – 1931, Abstractie.
  • 1917 – 1931, De Stijl (Neoplasticisme).
  • 1924 – 1927, Elementarisme.
  • 1929 – 1931, Art Concreet.

Technieken:
Bekende werken:

  • 1926 – 1928, Decoraties restaurant L’Aubette te Straatsburg, samen met Hans en Sofie Arp (verwoest in WO II).

Projecten / opdrachten:

  • Samenwerking  met Hans Arp aan de inrichting van een groot amusementspaleis in Straatsburg, de Aubette.
  • Atelierwoning in Meudon-Val-Fleury FR.

Kunstgroepen:

Kunstrelaties:

  • Jean Arp | DE 1886 – 1966 CH | Sculpturen, Schilderijen, Gedichten | Abstract Figurisme.
  • Chris Beekman | NL 1887 – 1964 NL | Schilderijen, Tekeningen | Neoplasticisme, Concretisme.
  • Robert Delaunay | FR 1885 – 1941 FR | Schilderijen | Kubisme, Orphisme.
  • Marthe Donas | BE 1885 – 1967 BE | Schilderijen | Kubisme.
  • Phocas Fokkens.
  • Vilmos Huszàr.
  • Bart van de Leck | NL 1876 – 1958 NL | Schilder, Vormgever, Keramiek | Neoplasticisme.
  • El Lissitzky | RU 1890 – 1941 RU | Schilderijen, Grafiek, Fotografie | Suprematisme, Constructivisme.
  • László Moholy-Nagy | HU 1895 – 1946 US | Sculpturen, Schilderijen, Foto’s | Constructivisme.
  • Piet Mondriaan | NL 1872 – 1944 US | Schilderijen | Neoplasticisme.
  • .J.J.P. Oud.
  • Gerrit Rietveld | NL 1888 – 1964 NL | Meubels, Architectuur | Neoplasticisme.
  • Louis Saalborn.
  • Kurt Schwitters.
  • Sophie Tauber.
  • Johan Tielens.
  • Tristan Tzara.
  • George Vantongerlo.
  • Erich Wichman.
  • de Winter.

Leerling van en/of invloed van:
Leraar van en/of invloed op:


Museumcollecties:

Overheidscollecties:
Private collecties:

Galerie collecties:


Museumexposities: (Solo / Duo / Groep / ?)

  • 2017:  Gemeentemuseum Den Haag NL, Architectuur en interieur, Het verlangen naar Stijl.
  • 2016: BOZAR/Paleis voor Schone Kunsten, Brussel BE, Theo van Doesburg, ‘Een nieuwe kijk op leven, kunst en technologie’.
  • 1969, Gemeentemuseum Den Haag NL.
  • 1969, Kunsthalle Neurenberg, Marientor DE.
  • 1968, Van Abbemuseum, Eindhoven NL.
  • 1945, Galerie René Drouin, ‘Art Concret’.
  • 1936, Stedelijk Museum Amsterdam NL.
  • 1932, Rétrospective Van Doesburg, Porte de Versailles Parc des Expositions, Parijs FR.
  • 1930, Stockholm, tentoonstelling AC. Internationell utställning av post-kubistisk konst.
  • 1923, Galerie L’effort Moderne Parijs FR, ‘Les Architectes du Groupe’ ‘De Stijl’.
  • 1908, Haagse Kunstkring, NL, 42 tekeningen en schetsen.

Eigen publicaties:

  • 1916, De maskers af!
  • 1917, De nieuwe beweging in de schilderkunst.
  • 1924, Manifest over ‘Elementairisme’.
  • 1925, Grundbegriffe der neuen Gestaltu.

Catalogi:

  • 1930, Internationell utställning av post-kubistisk konst. Stockholm, Otto Gustaf Carlsund en Jean Hélion.
  • 2000, Theo van Doesburg, Oeuvre catalogus, Centraal museum Utrecht , Kröller MÚller Museum Otterlo.

Boeken:
Artikelen:
Radio / televisie:
Video / films:
Websites:


Eigen citaten:


Nieuwsberichten:

  • 2017: Museum Lakenhal in Leiden heeft topstuk Theo van Doesburg verworven.

Bronnen: Zie websites en publicaties.
Copyright: Nvt.
Privacy: N.v.t.
Bijgewerkt: 19042013/28122013/28072014/25122014/07022016/13032017/26122017/14072018.


 Vaak worden alleen de belangrijkste collecties, exposities, publicaties e.d. weergegeven.