Introductie Theodoros Stamos: (In bewerking)

Theodoros Stamos was een Amerikaans kunstschilder die zijn opleiding kreeg aan de American Artists School als beeldhouwer.  Hij werkte vooral in New York US. Hij was lid van de groep ……. Hij had ondermeer exposities in …….. Ook ontving hij de ……. prijs. Zijn belangrijkste werken worden gerekend tot het Abstract Expressionisme.  Bekende werken zijn White Sun-Box, Edge of White Dawn #1,


Biografie:

Theodoros Stamos wordt geboren op 31 december 1922 in New York als zoon van Griekse immigranten.

Theodoros Stamos wint op zijn dertiende jaar een studiebeurs die hem in staat stelt beeldhouwkunst te gaan studeren aan de American Artists School in New York US. Vanaf 1936 studeert hij aan de American Artists School onder Simon Kennedy en Joseph Konzal. Nadat hij in 1939 stopt met zijn studie heeft hij verscheidene baantjes en begint hij te schilderen, waarin hij voornamelijk autodidact is.

Tijdens zijn studie ontmoet hij Joseph Solman een van de oprichters van de politiek geëngageerde groep kunstenaars ‘The Ten’, waar Adolph Gottlieb en Mark Rothko eveneens toe behoren.

Terwijl hij van 1941 tot 1948 in een lijstenwinkel werkt ontmoet hij kunstenaars van de Europese avant-garde waaronder Arshile Gorky en Fernand Leger.

In de vroege jaren veertig wordt Stamos door Solman aangemoedigd om te schilderen en om de New Yorkse galeries te bezoeken, waaronder An American Place de galerie van Alfred Stieglitz, waar hij kennis maakt met het werk van onder meer Milton Avery, Arthur Dove, Marsden Hartley, John Marin, Georgia O’Keeffe en Paul Klee. Hij bewondert vooral het werk van Arthur Dove. Voorts bezoekt hij regelmatig het American Museum of Natural History en leest teksten over natuurwetenschappen en vertalingen van Chinese en Japanse literatuur.
Zijn eerste schilderijen representeren primitieve Griekse afbeeldingen en landschappen van de New Yersey Palisades.

In hetzelfde jaar ontmoet hij Adolph Gottlieb en Barnett Newman, met wie hij zijn interesse in wetenschap en primitieve culturen deelt. In deze periode wordt zijn schilderkunst beïnvloedt door het surrealisme.

Stamos is erg actief in de New Yorkse avant-garde in de vroege jaren van het abstract expressionisme. Zijn kunst trekt niet alleen de aandacht van de belangrijke kunsthandelaar Betty Parsons, maar ook van musea en privéverzamelaars, waaronder het Museum of Modern Art, Peggy Guggenheim en Edward R. Root, die werk van hem gaat verzamelen.

In 1943 heeft Stamos zijn eerste solotentoonstelling in de Wakefield Gallery, geleid door Betty Parsons, in New York. Van 1943 tot 1947 wordt dit gevolgd door drie solotentoonstellingen en deelname in verscheidene belangrijke groepstentoonstellingen waaronder de jaarlijkse tentoonstelling van het Whitney Museum en de belangrijke vroege expositie van abstract expressionistische schilderkunst ‘The Ideographic Picture’ in Betty Parsons galerie, waarvan Barnett Newman de curator is.

In 1947 ontmoet Stamos de verzamelaar Peggy Guggenheim, en medekunstenaars John Graham, Mark Rothko en Mark Tobey. De laatste leert hij kennen tijdens een reis die hij in dat jaar maakt door de US, waarbij hij New Mexico, Californië en Seattle bezoekt. Stamos raakt goed bevriend met zowel Barnett Newman als Mark Rothko, die zijn interesse in de primitieven en mythologische beelden delen.

In 1948/49 maakt Stamos reizen naar Frankrijk, Italië en Griekenland. In Parijs ontmoet hij onder meer Picasso, Brancusi en Giacometti. Hierna evolueert zijn schilderstijl naar het abstracte, hoewel hij zijn inspiratie blijft vinden in natuurlijke vormen en oude mythologische symbolen.

In 1948 neemt hij deel aan de Biënnale van Venetië IT.

Stamos heeft zijn eerste solo museumtentoonstelling in de Phillips Gallery in 1950 en doceert in datzelfde jaar aan het Black Mountain College in Beria, North Carolina, waar hij Clement Greenberg ontmoet en waar Kenneth Noland een van zijn studenten is. Voorts doceert hij vier jaren aan Hartley Settlement House in de vroege jaren vijftig.

Eveneens in 1950 sluit hij zich aan bij de groep The Irascibles. De groep bestaat uit Theodoros Stamos, Jimmy Ernst, Barnett Newman, James Brooks, Mark Rothko, Richard Pousette-Dart, William Baziotes, Jackson Pollock, Clyfford Still, Robert Motherwell, Bradley Walker Tomlin, Willem de Kooning, Adolph Gottlieb, Ad Reinhardt en Hedda Sterne.

In 1951 verhuist Stamos naar East Marion, New York, waar hij een expressieve color-field techniek ontwikkelt.

Vanaf 1955 doceert hij 22 jaar lang aan de Art Students League.

In 1955 neemt Stamos deel aan de tentoonstelling ‘Cinquante ans d’Art aux Etats Unis’ in het Musée d’Art Moderne te Parijs.

In 1956 wordt hem de National Institute of Arts and Letters Award, New York toegekend.

In 1959 ontvangt hij de Creative Arts Award van de Brandeis University.

In 1959 neemt Stamos deel aan Documenta 2 te Kassel.

Veel van Stamos volgende werken behoren tot uitgebreide series, zoals de Sun-Box serie, die het grootste deel van de jaren zestig doorloopt (1963-70) en zijn soberste meest geometrische werken representeert (beïnvloedt door Mark Rothko).

In 1966 is hij lector aan aan de School of Fine Arts, Columbia University, New York en in 1967-68 hoogleraar aan de Brandeis University, Waltham, Massachusetts.

In 1967 de Mainichi Newspaper Prize, Tokyo International en in datzelfde jaar de National Arts Foundation Award, Washington, D.C.

Naast het schilderen raakt hij ook geïnteresseerd in textiele kunst en gaat tapijten ontwerpen. In 1954 gaat hij een samenwerking aan met Gloria Finn die tot 1963 zal duren. Samen produceren zij wollen wandkleedjes en wandtapijten. Een werk uit deze periode is door Gloria Finn aan het MoMA geschonken. In 1968 worden twee van zijn wollen werken Sunset 8 en Red Square geïllustreerd in de catalogus van de expositie getiteld ‘American Tapestries’. Deze werken volgen de Sun-Box stijl.

In 1970 neemt Stamos deel aan de tentoonstelling ‘Trends in Twenties Century Art’in het Santa Barbara Museum in Californië.

In 1970 pleegt Mark Rothko zelfmoord en wordt Stamos benoemd tot een van de drie executeurs van Rothko’s nalatenschap, samen met Bernard J. Reis een accountant en kunstverzamelaar en Morton Levine een professor in antropologie.
In 1971 worden de executeurs en de Marlborough Gallery, die Rothko representeert, door de dochter van Rothko vervolgd voor verspilling en en fraude. Ze eist het ontslag van de executeurs en het ongedaan maken van de contracten met de Marlborough Gallery.

Vanaf 1970 brengt Stamos elk jaar een deel van het jaar door op het eiland Lefkada in Griekenland in de Ionische zee, waar hij begint met zijn Infinity Field serie. Na 1970 maken Stamos meeste schilderijen deel uit van zijn Infinity Field serie, welke verscheidene subgroepen bevat, zoals de Lefkada serie genoemd naar een Grieks eiland dat hij vaak bezoekt. Alsook de Jeruzalem serie en de Delphi serie.

Nadat hij zijn carrière als docent afsluit in 1977 heeft Stamos veel solotentoonstellingen in New York en Europa.

In 1978 neemt hij deel aan de tentoonstelling ‘Abstract Expressionism: The Formative Years’ in het Whitney Museum te New York.

In de jaren 1990 eren ACA Galleries in New York en de Municipal Art Gallery in Thessaloniki, Griekenland hem met retrospectieve tentoonstellingen.

Na een lange ziekte overlijd Theodoros Stamos in Griekenland in 1997.


Beschrijving werk: Nog verwerken

Hollis Taggart Galleries, New York US, Happy Birthday Theodoros Stamos
Theorodos Stamos is heralded as one of the few abstract painters who bridged the New York School’s first and second generations. His age, in particular, afforded him this unique position, as he was the youngest member of the “Irascibles,” the core group of fifteen New York School painters publicized by Nina Leen’s 1951 photograph in Life magazine.  Like his New York School contemporaries, in particular his close friends Barnett Newman and Mark Rothko, Stamos continuously explored the workings of artistic form through color. Throughout his long career, Stamos has continued to be renowned as an abstract expressionist. Born in 1922 in New York to parents of Greek heritage, Stamos showed exceptional promise early in life. At thirteen years old, in 1936, he accepted a scholarship to the American Artists’ School in New York to study sculpture with Simon Kennedy and Joseph Konzal. He would later abandon sculpture in favor of painting, a medium in which he was largely self-taught. At the American Artists School he met Joseph Salmon who was a member of the politically engaged group of artists called “The Ten,” which included Adolph Gottlieb and Mark Rothko. Solmon encouraged Stamos to paint and to visit New York galleries, where he saw the paintings of Milton Avery, Arthur Dove, Marsden Hartley, John Marin and Paul Klee. He also visited the American Museum of Natural History and read texts on the natural sciences and translations Chinese and Japanese literature. His first paintings represented primitive Greek imagery and landscapes of the New Jersey Palisades.

Stamos was an active player in the New York avant-garde during the early years of Abstract Expressionism. His art attracted the attention not only of noted dealer Betty Parsons but also of museums and private collectors, among them the Museum of Modern Art, Peggy Guggenheim, and Edward R. Root, who began to acquire works by the artist. His work first caught the eye of Parsons, who organized his first solo exhibition at her Wakefield Gallery and Bookstore in 1943, when the artist was just twenty-one. Other commercial and critical success followed, and from 1943 to 1947, Stamos received three one-man shows and participated in several important group exhibitions, including the Whitney Museum’s annual and the important early show of Abstract Expressionist painting, “The Ideographic Picture,” which was curated by Barnett Newman at Betty Parsons Gallery. Stamos established lasting friendships with both Newman and Rothko, who shared with the younger artist an interest in primitive and mythological imagery.

A lover of travel, in 1947 Stamos traveled throughout the United States, visiting New Mexico, California, and the Northwest. In 1948 he sailed for Europe, visiting France, Italy, and Greece. In Paris he met many of the renowned modernists including Picasso, Brancusi and Giacometti. Always sensitive to the particularities of light, mood, and color of specific locales, Stamos’s paintings are indexes of his responses to different places. Later in his career, he devoted several series of paintings to sites including Jerusalem, Delphi, and Lefkada, an island in the Ionian Sea.

Throughout his career, Stamos was also a dedicated teacher and held numerous positions. He taught at Hartley Settlement House for four years in the early 1950s, and at the progressive Black Mountain College, where he met Clement Greenberg and had Kenneth Noland as one of his students. In 1951, Stamos moved to East Marion, New York, where he developed an expressive color-field technique. In 1955, he began teaching at the Art Students League in New York, a position he would hold for twenty-two years. His prolific painting career continued in the 1990’s, when ACA Galleries, New York and the Municipal Art Gallery in Thessaloniki, Greece honored him with retrospective exhibitions. After a prolonged illness, Stamos died on February 2, 1997.

Stamos’s art appears in countless private and public collections in the United States and internationally, among them The Metropolitan Museum of Art, New York; the Hirshhorn Museum and Sculpture Garden, Washington, D.C.; National Picture Gallery, Athens, Greece; San Francisco Art Institute Galleries; Tel Aviv Museum, Israel; The Art Institute of Chicago, Chicago, Illinois; The Brooklyn Museum of Art, New York; The Chrysler Art Museum, Norfolk, Virginia; The Detroit Institute of Arts, Michigan; The Solomon R. Guggenheim Museum, New York; The Whitney Museum of American Art, New York; The Phillips Collection, Washington, D.C.; and Bayerische Staatsgemäldesammlung, Staatsgalerie Moderner Kunst, Munich, Germany.


Naam: Theodoros Stamos.
Geboren: 31.12.1922, New York US.
Overleden: 02.02.1997, GR.
Nationaliteit: Amerikaanse.
Woon / werkplaatsen:

  • 1929 – ????, New York US.
  • ??? – 1997, GR.

Kunstopleiding:

  • American Artists School, beeldhouwkunst.

Toelagen:
Residenties:
Studiereizen:
Functies kunstwereld:

  • 1955 – 1977, Docent  Art Students League.

Onderscheidingen:
Actieve periode:


Vertegenwoordiging: 
Contactpersoon: 
Adres:
Telefoon: +31(0)
Email:
Website:
Emedia:


Kunstvormen: Schilderijen.
Kunstperiode: Modern.
Kunststromingen:

  • Abstract Expressionisme

Kunstfasen:

  • ???? – ????, Studieperiode.
  • ???? – ????, …..

Technieken:
Bekende werken:

  • White Sun-Box.
  • Edge of White Dawn #1.

Projecten / opdrachten:


Kunstgroepen:
Kunstrelaties:
Leerling van en/of invloed van:
Leraar van en/of invloed op:


Museumcollecties:
Overheidscollecties:
Private collecties:
Galerie collecties:


Museumexposities: (Solo / Groep / Duo / ?)

  • 1978, Whitney Museum, New York US, ‘Abstract Expressionism: The Formative Years’.

Galerie exposities: (Solo / Groep / Duo / ?)

  • 1990, ACA Galleries, New York US, Retrospectief.
  • 1990, Municipal Art Gallery in Thessaloníki GR, Retrospectief.

Overige exposities: (Solo / Groep / Duo / ?)


Eigen publicaties:
Catalogi:
Boeken:
Artikelen:
Radio / televisie:
Video / film:
Websites:


Eigen citaten:


Nieuwsberichten:


Bronnen: Zie publicaties en websites.
Copyright: Uitzoeken.
Emailcontact:
Bijgewerkt: 02022016.


Vaak worden alleen de belangrijkste collecties, exposities, publicaties e.d. weergegeven.