Introductie Victor Servranckx:

Victor Servranckx, was een Belgisch abstract werkende kunstenaar, een pionier van de Avant-gardekunst in België. Zijn werk evolueerde van mathematische constructies, over abstract-surrealistische werken en lyrische kleurenuitbarstingen naar materie-experimenten en symmetrische structuren. Deze enorme variëteit maakt van hem een boeiende individuele persoonlijkheid.
Een van de weinige kunstenaars in België die de abstracte kunst heeft beoefend tot aan zijn dood. Hij heeft ook in zijn beginjaren enkele abstracte sculpturen gemaakt en ook enkele jaren gewerkt als architect. Hij was onder meer actief in de Jeune Peinture Belge (1945-1948), samen met Anne Bonnet en Louis van Lint.


Victor Servranckx, Opus 2, Rotative rouge, 1922. © Centre Pompidou

Victor Servranckx, Opus 2, Rotative rouge, 1922. © Centre Pompidou.


Biografie:

Na de dorpsschool in Diegem BE ging hij naar het Klein Seminarie in Hoogstraten BE. Vanaf het eerste jaar middelbaar onderwijs ging hij in Brussel BE naar de Broeders van de Christelijke Scholen. Hij studeerde er in het Frans en behaalde er in 1913 het diploma van landmeter.

Als zestienjarige studeerde hij in de voormiddag aan de Kunstacademie van Brussel BE tot 1917. Hij studeerde er onder andere bij Adolphe Crespin, die in hem een begaafde leerling zag. Victor Servranckx studeerde af in 1917 met de Grote Prijs van de Academie. Toen hij een groot abstract schilderij had gemaakt zei zijn professor Constant Montald, dat hij met reuzenschreden voooruitging. Naar hijzelf beweert had hij aan de Academie de invloed ondergaan van de kunst der primitieven, die hem compositie bijbracht, en van het magische in de negerkunst. In 1915 heeft hij, naar eigen mening, de eerste abstracte collage van de wereld gemaakt. Dit werk is gedeeltelijk een gouache en gedeeltelijk een collage.

Deze opleiding aan de Academie was tegen de zin van zijn vader. Daarom moest hij ’s namiddags aan de slag gaan als hulptekenaar in de behangpapierfabriek ‘Usines Peters-Lacroix’, waar zijn vader als bureauchef werkte. Hij tekende er figuratieve motieven met gestileerde bloemen en ook dierenmotieven in Art deco-stijl. Hij werd er trouwens hoofdtekenaar in de periode 1917-1925. In 1922 werkte René Magritte samen met Victor Servranckx bij het ontwerpen van motieven voor wandpapier. Daar Victor Servranckx zelf anti-decoratief was ingesteld, vond hij die murale sierkunst een leugen.

ln 1917 vormde zich, onder de bescherming van de Raad van Vlaanderen, een groep Vlaamse kunstenaars (waaronder Prosper De Troyer, Felix De Boeck en Victor Servranckx) die de Brusselse vereniging van beeldende kunstenaars ‘Doe Stil Voort’ een nieuw leven wensten in te blazen. Maar in 1918 viel deze beweging toch uiteen.

In 1917 kon Victor Servranckx, op voorspraak van zijn vroegere leraar Crespin, voor het eerst abstract werk tentoonstellen in de galerij Georges Giroux in Brussel BE. Michel Seuphor getuigde hiervan ‘Ce fut la première manifestation de l’art abstrait en Belgique’. Maar van het publiek kwam er geen reactie en er werd geen enkel werk verkocht.

In 1921 maakte hij de abstracte sculptuur Opus 1, een bolvormig beeld op een draaiende sokkel. Dit harmonieus beeld is voor een kwart geopend en toont een kleinere bol, verwerkt in deze opening, en daarnaast een bolvormige holte, evengroot als de kleine bol. De schrijver Jean-Xavier Franc noemde dit “Een globe die als het ware ontluikt om de geboorte van een nieuwe levenssfeer door te laten”.  Victor Servranckx heeft hiervan verschillende uitvoeringen gemaakt in brons en gips.

In 1922 schreef Victor Servranckx, samen met Magritte, het manuscript ‘L’Art pur: défense de l’esthétique’, dat echter nooit gepubliceerd werd. Hierin beschreven zij het onderwerp van een schilderij als een “logisch, economisch en exact geconstrueerd object”. De verwondering van de toeschouwer moet komen door de “schikking en de keuze van de lijnen, vormen en kleuren”. Kort daarop nam Magritte echter reeds afstand van de abstracte kunst.

In de jaren twintig van de vorige eeuw maakte hij een evolutie door en maakte een overgang van het figuratieve naar abstracte werken, via het Italiaans Futurisme (onder invloed van Filippo Marinetti, oprichter van het Italiaans Futurisme) en het Franse ‘Purisme’. Hij had voordrachten bijgewoond van Theo van Doesburg, oprichter en een belangrijk lid van de Nederlandse kunstbeweging De Stijl. Victor Servranckx was hiermee een van de eerste abstracte schilders en beeldhouwers in België. Deze overgang leidde tot een constructieve tendens in zijn werk en een strakke, eenvoudige, abstract-geometrische vorm met symmetrische structuren. Hij gaf die weer met doffe, sobere, primaire kleuren, in combinatie met zwart, wit en grijs. Zelf definieerde Victor Servranckx abstracte kunst als “het kapteren van vormen die niet-realistich zijn afgebeeld, maar die in zichzelf waarachtig zijn”.

In deze abstract-geometrische werken wilde hij de technische vooruitgang in de industriële samenleving ophemelen (zoals in Opus 43: De liefde voor de machine of Opus 47: Verheerlijking van de machinerie). Hij gaf in die periode trouwens aan al zijn werken een neutrale titel zoals Opus, gevolgd door een serienummer en een jaartal. Hij gaf hiervoor als reden dat “als kunstenaar heb ik bijna het recht niet mijn naam te zetten op het werk dat ik heb ontvangen en alleen maar heb doorgegeven”. Hij beschouwde immers zichzelf “als een fijnzinnige antenne die beelden kapteert, als een kanaal waarlangs beelden ontstaan”. Hij begon maar een schilderij te maken wanneer het schilderij in zijn geest afgewerkt was en hij het kon herkennen tot in zijn bijzonderheden.

In december 1923 nam Victor Servranckx, samen met o.a. Felix De Boeck, Karel Maes, René Magritte, Jozef Peeters en Pierre-Louis Flouquet, deel aan de groepstentoonstelling ‘Les Arts belges de l’Esprit nouveau’, georganiseerd door ‘La Lanterne sourde’ in het Egmontpaleis (Brussel). Maar geen enkele van deze schilders heeft de zuivere abstracte schilderkunst lang voortgezet.

In 1924 gaf Victor Servranckx in de Brusselse ‘Galerie Royale’ zijn eerste solotentoonstelling. Dit betekende ook zijn internationale doorbraak. Hij kwam hierdoor onder de aandacht van bekende buitenlandse kunstenaars zoals André Breton, Marcel Duchamp en Fernand Léger.

In 1925 opende hij, samen met twee broers, een winkel voor mannenkledij in Brussel. Hij stopte dat jaar met schilderen en legde zich vanaf 1926 meer toe op architectuur en design van interieurs. Toen hij het schilderij ‘Het vierkante rechthoek’ had gemaakt had hij, naar eigen mening, het uiterste bereikt van het abstracte. Hij profileerde zich dan meer als architect. Een van zijn belangrijkste realisaties was de voorgevel en het interieur van een apotheek in Sint-Jans-Molenbeek in 1926. Hij werkte dikwijls samen met de modernistische architect Huib Hoste.

Toen hij in 1926 verhuisde van Diegem BE naar Brussel BE, verbrandde hij al zijn vroegere tekeningen, schetsen en gedichten – tot zijn latere grote spijt. Van die periode had hij persoonlijk nog slechts een abstract doek uit 1917 over, alsook een gouache en gedeeltelijk collage uit 1915.

Midden jaren twintig begon Victor Servranckx te twijfelen aan de pure abstractie die hij tot zijn uiterste, monochrome vorm had doorgedreven. Hij besefte dat hij een grens had bereikt, waarbij zijn werken de toeschouwer nog nauwelijks kon beroeren. Hij begon toen te experimenteren met organische, quasi-surrealistische motieven, die ver verwijderd waren van zijn vroegere geometrische vormen. Zijn verheerlijking van de industriële ontwikkelingen was voor hem verleden tijd. Hij wilde terugkeren tot de organische essentie van de mens en dit uiten in zijn werken.

Vanaf 1927 wordt zijn werk wilder en meer visionair, zoals Opus 2 van 1927. Het is geschilderd op hout en stelt het domein van het water voor. Hij benutte de structuur van het hout om de golven weer te geven.

In 1928 opende hij zijn eerste buitenlandse solotentoonstelling in de ‘Galerie Der Sturm’ in Berlijn DE. In 1929 gaf hij een nieuwe solotentoonstelling in de ‘Le Centaure’, een vooraanstaande kunstgalerie in Brussel BE (dat ook een eigen kunsttijdschrift uitgaf ‘Le Centaure’ (1926-1930), waarin de belangrijkste kunststromingen in binnen- en buitenland aan bod kwamen en dat een belangrijke rol speelde in België in het kunstleven van de jaren twintig).
In 1930 huwde hij met Hélène Tyrmand, een Pools-Joodse vluchtelinge. In 1938 werd hun enige zoon Paul geboren.

Vanaf de jaren dertig werden zijn schilderijen grimmiger van toon, in overeenstemming met de harde socio-economische realiteit van die jaren. Bovenop de surrealistische motieven kwamen er dreigende taferelen met soms een apocalyptisch karakter. Hij schilderde kosmogonieën en catastrofen, die steeds meer in geweld toenemen.

In 1935 maakte hij een schilderij ‘Astrid’ voor de Wereldtentoonstelling van 1935. Koningin Astrid was toen nog niet verongelukt. Maar ze wordt op dit werk afgebeeld met een wonde aan het hoofd. Samen met andere elementen in het schilderij vormt dit een zweem naar surrealisme. In diezelfde periode bleef hij actief als architect. Hij ontwierp monumentale gebouwen waarin gebogen lijnen de bovenhand hadden (in tegenstelling tot zijn vroegere lineaire ontwerpen met massieve kleurvlakken).

Na de Tweede Wereldoorlog was  Victor Servranckx onder meer actief in ‘Jeune Peinture Belge’ (1945-1948), samen met Anne Bonnet en Louis van Lint. Hij was gestopt met architectuur en bleef nog slechts schilderen en beeldhouwen. Rond 1948 bereikte hij een synthese tussen zijn vroegere abstract-geometrische stijl en het Surrealisme. Zijn kleuren en vormen worden rustiger.

Vanaf het midden van de jaren vijftig begon zijn gezondheid te verzwakken en schilderde hij steeds minder. Hij werd in 1952 opgenomen in een psychiatrische kliniek in Grimbergen BE voor de behandeling van een depressie. Nadat hij tweemaal een hartinfarct had gehad, verhuisde hij naar een landelijke omgeving in het Brabantse dorp Elewijt BE.

In 1965, het jaar van zijn overlijden, huwde hij Angeline Turcksin, die hij had leren kennen in 1946 en met wie hij, sinds 1953, samenwoonde in Jette BE.


Victor Servranckx, born in 1897, claims having made his first abstract work, a gouache/collage, in 1915 and in 1917 several of his non-figurative works were exhibited at Galerie Georges Giroux in Brussels. Artist Michel Seuphor, author of “Abstract art in Flanders”, wrote at the time that this was the very first exhibition of abstract art in Belgium. Servranckx was in touch with international masters such as Fernand Léger, Marcel Duchamp and the italian futurist Filippo Marinetti. His “Pure plasticism” works were selected by the New York gallery “Société Anonyme” for the International Exhibition of Modern Art in 1927. As a member of the Avant-Garde movement in Brussels, Servranckx wrote articles for the magazine “7 Arts”. In 1922 he published with René Magritte the manifesto “L’art pur. Défense de l’esthétique”. Servranckx  is best known for his geometric abstract works from the 1920’s. Typical for his non-figurative oeuvre is material imitation and the suggestion of mechanical movement by machines in a highly stylized form close to French Purism. Servranckx gave his works neutral titles (Opus, followed by a serial number), which was in the spirit of the idea of ‘collective art’. In 1925, Servranckx momentarily ceased painting and devoted himself to architecture and design in his studio “Cubist Home”. With architect Huib Hoste he designed an office space for the “Exposition Internationale des arts décoratifs” in Paris. When he resumed painting a year later, he distanced himself from the constructivist style, using a very diverse mixture of styles in his oeuvre. His work became “abstract surrealist” whereby organic elements are combined with geometrical forms. In visionary paintings with biomorphic figures, Servranckx experimented with new techniques and materials. However, the design element remained part of his visual means of expression. After WWII, he returned to a formal abstraction and actively collaborated with a new generation of abstract artists such as Jo Delahaut and Paul Van Hoeydonck. Servranckx also participated at the World Exhibition in Brussels in 1958. Servranckx is rightly considered as one of the most important belgian Avant-Garde artists, whose works are found in the collection of international museums. Group 2 Gallery presents in this show a number of extremely rare or highly unusual works of the artist, which will suprise and delight every Avant-Garde enthousiast.


Victor Servranckx, Opus 47. Verheerlijking van de machinerie, 1923, 113 x 210,5 cm, olieverf op doek

Victor Servranckx, Opus 47. Verheerlijking van de machinerie, 1923, 113 x 210,5 cm, olieverf op doek.


Beschrijving werk:

Zijn solo tentoonstelling in de Brusselse Galerie Giroux in 1917 staat in de annalen van de kunstgeschiedenis als het debuut van de abstracte schilderkunst in België. Toch zijn de werken van Victor Servranckx geen ‘klassieke’ abstracte doeken. Veel van zijn geometrische composities suggereren ruimte, materie en atmosfeer en staan niet volledig los van de materiële realiteit. Een groot verschil met de Nederlandse abstracten als Piet Mondriaan en Theo van Doesburg die voor de totale autonomie van lijn, kleur en vlak


LVictor Servranckx, Opus 5. Vrouwen en paarden, 80,5 x 145,5 cm, 1922, olieverf op doek

Victor Servranckx, Opus 5. Vrouwen en paarden, 80,5 x 145,5 cm, 1922, olieverf op doek


Victor ServranckxNaam: Victor Désiré Servranckx.
Geboren: 26.06.1897, Diegem BE.
Overleden: 11.12.1965, Vilvoorde BE .
Nationaliteit: Belgische.
Woon / werkplaatsen:

  • 1897 – 1926, Diegem BE.
  • 1926 – 1952, Brussel BE.
  • 1952 – 1952, Elewijt BE.
  • 1952 – 1953, Jette BE.

Kunstopleiding:

  • 1914 – 1917, Kunstacademie van Brussel BE.

Toelagen:
Residenties:
Studiereizen:
Functies kunstwereld:
Onderscheidingen:

  • 1917, Grote Prijs van de Academie Brussel BE.

Actieve periode:


Victor Servranckx, Opus 23, 1923

Victor Servranckx: Opus 23, 1923.


Vertegenwoordiging:
Contactpersoon:
Adres:
Telefoon: +32(0)
Email:
Website:
Emedia:


Kunstvormen: Schilderijen, Sculpturen, Collages, Architectuur, etc.
Kunststromingen:

Kunstfasen:

  • 1914 – 1917, Studieperiode.

Technieken:
Bekende werken:
Projecten / opdrachten:


Kunstgroepen:

Kunstrelaties:

  • Marthe Donas | BE 1885 – 1967 BE | Schilderijen | Kubisme.

Leerling van en/of invloed van:
Leraar van en/of invloed op:


Museumcollecties:

Overheidscollecties:
Private collecties:

  • Vele privécollecties.

Galerie collecties:

  • Galerie Den Heeck, centrum voor constructivisme en concrete kunst, Bornem-Hingene BE.

Exposities: (Solo / Duo / Groep / ?)

  • 2013: Mu.ZEE, Oostende BE,  Tentoonstelling Victor Servranckx (S).
  • 2012, Mu-zee, Oostende BE, Servranckx de jaren twintig (S).
  • 1989, Museum voor Moderne Kunst, Brussel BE (S).
  • 1970, Provinciaal Begijnhof Hasselt BE, Retrospectief Victor Servranckx 1897-1965 (S).
  • 1947, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel BE.
  • 1929, Galerie Le Centaure, Brussel BE.
  • 1928, Galerie Der Sturm, Berlijn DE.
  • 1924, Galerie Royale, Brussel BE.
  • 1917, Galerij Georges Giroux in Brussel BE.

 


Eigen publicaties:

  • 1922, Manuscript “L’Art pur: défense de l’esthétique”, Servranckx & Magritte.

Catalogi:

  • 1989, Victor Servranckx: 1897-1965 en de abstracte Kunst, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.
  • 2012, Catalogus van de retrospectieve tentoonstelling “Servranckx, de jaren twintig” in het Mu-Zee, Oostende BE.

Boeken:
Artikelen:
Websites:


Eigen citaten:

  •  “Abstracte kunst is het kapteren van vormen die niet-realistisch zijn afgebeeld, maar die in zichzelf waarachtig zijn”.

Nieuwsberichten:


Bronnen: Zie publicaties en websites.
Copyright: Stichting Pictoright, Amsterdam NL.
Privacy: N.v.t.
Bijgewerkt: 06012013/0602201608072018.


Vaak worden alleen de belangrijkste collecties, exposities, publicaties e.d. weergegeven.